Knelpunten voor vergisting in Vlaanderen uitgediept op eerste VergistingFORUM

Op 14 September 2011 vond in Kortrijk het eerste VergistingsFORUM voor Vlaanderen plaats. Op dit vergistingsforum kwamen diverse sprekers aan bod die de actuele knelpunten voor vergisting in Vlaanderen toelichtten vanuit hun visie of invalshoek tegenover de sector. Met ongeveer 120 deelnemers is dit overlegevent zeer succesvol verlopen. Alle belanghebbenden in de vergistingssector konden overleggen over maatregelen die het bestaan en de ontwikkeling van deze sector verder kunnen ondersteunen. En in de discussieplena daarna werden nogmaals de twee grootste knelpunten voor ontwikkeling van bestaande en nieuwe biogasinstallaties uitgediept.

Discussieplenum 1: Digestaat: knelpunt of opportuniteit

De intensiteit van de veehouderij en de steeds strengere bemestingsnormen voor dierlijke meststoffen op Vlaamse bodem hebben er toe geleid dat digestaatverwerking reeds onmisbaar is voor de Vlaamse biogas-sector. De technische realisatie bezorgen de exploitanten heel wat tijd, arbeid en kopzorgen. De hoge kostprijs voor deze naverwerking wordt al te vaak onderschat en betekent dikwijls een financiële aderlating voor het project. Nutriëntenrecuperatie en het valoriseren van nutriënten in de landbouw of via export lijkt een toekomstige opportuniteit of niet? Tijd voor een gesprek. Bart Vleeschouwers leidt de discussie tussen Frederick Accoe (VCM), Dirk Van Eersel (Biogas Vlaanderen), Johan Windels (Waterleau), Wim Vanden Auweele (Vlaco), Eric Meers (UGent), Naten Van Hemelrijck (LT eco) en het publiek van het eerste VergistingsForum.

De meeste panelleden zijn overtuigd dat er in de toekomst nutriëntenrecuperatie-technieken zullen toegepast worden maar dat deze ook een aanzienlijke kostprijs zullen hebben.  Steunmaatregelen om nutriëntenrecuperatie te bevorderen lijken aangewezen maar van een systeem met certificaten blijken weinig panelleden nog voorstander. Groene of hernieuwbare meststofcertificaten zijn niet de vorm van steun die de sector wil. Sommige sprekers wijzen er op dat de vereenvoudiging en het scheppen van een gunstigere wetgeving voor de afzet van nutriëntenrijke stromen een veel belangrijkere vorm van ondersteuning zou betekenen. Zoals het toelaten van meststofconcentraten als bemesting ter vervanging van kunstmest. Vanuit de exploitanten benadrukt Dirk Van Eersel dat heel wat investeringen in naverwerking van digestaat zijn misgelopen, waardoor exploitanten heel wantrouwig staan t.o.v. nieuwe technieken. Zelfs het scheiden van digestaat in dunne en dikke fractie blijkt nog heel wat moeilijker te realiseren dan de scheiding van mest. Ook hier moet technisch nog vooruitgang worden geboekt. Hieruit blijkt dat nutriëntenrecuperatie in de praktijk nog geen prioritaire opportuniteit is. Nochtans worden ook de gekende contrasten nogmaals aan de kaak gesteld: Een landbouwer moet betalen om zijn organische mest te laten verwerken, waarbij de waardevolle organische stof via droge mestkorrels ge-exporteerd wordt en de stikstof via biologie omgezet wordt tot luchtstikstof. Waarna de boer nogmaals betaalt om die luchtstikstof terug te kopen via kunstmestkorrels, die bovendien geproduceerd werden via een aardgas- en energieverslindend Haber-Bosch-proces. Samen met de eindigheid van fosfaat en kalium-mijnen is dit een pleidooi voor het recycleren van waardevolle nutriënten uit mest en digestaat. Ook vanuit de zaal werden belangrijke vaststellingen omtrent het niet mogen lozen van bijna-zuiver water, en het niet mogen afzetten van ruw digestaat of mest aan de andere kant van onze taalgrens ter schande bepleit.

Discussieplenum 2: Een markt voor inputstromen

Bart Vleeschouwers (moderator), Kristel Vandenbroek (Vlaco), Kristof Bol (DLV), Francies Van Gijzeghem (ODE), en Thomas Loyson (Van Heede)

De stelling dat stijgende minimumtarieven voor nieuwe installaties enkel leiden tot inflatie op prijzen voor inputstromen wordt door vele sprekers toch weerlegd. Tot enkele jaren terug werden alleen probleemstromen die niet in aanmerking kwamen voor compostering of landfill, aan vergisters aangeboden en was de gatefee een welgekomen vergoeding voor het verwerken van deze stromen tot biogas. Deze vergoeding stond in de meeste gevallen ook los van de gasopbrengst die deze stroom inhield.  Op vandaag is er vraag naar deze hoog renderende stromen en wordt een aankoopprijs betaald naargelang het te verwachten biogaspotentieel. De toegenomen verwerkingscapaciteit voor anaerobe vergisting zorgt dat aan hoog renderende stromen een schaarste gekomen is, met excessieve aankoopprijzen tot gevolg. Ecologisch gezien verdienen ook heel wat laag renderende stromen, zoals slibstromen en afval van waterzuiveringsinstallaties, meer kans om vergist te worden, maar de economische situatie van bestaande vergisters weerhoudt ook investeerders om met deze stromen een haalbaar plan rond te rekenen. Op de vraag of er voor nieuwe installaties nog plaats is in Vlaanderen wordt ook geantwoord dat het vooral de financiering is die zal bepalen of er nieuwe installaties komen. Wie naar de bank stapt moet een belangrijke portefeuille met contracten voor ingaande stromen kunnen voorleggen. Het businessplan moet sluitend zijn, nog meer aan de output zijde dan aan de input zijde. En het wetgevend en ondersteunend beleid moet vooral stabiel zijn, want ook dat houdt investeerders momenteel op afstand. Dus ook voor de overheid is er werk aan de winkel wil men de hernieuwbare energiedoelstellingen behalen.

In het kader van de herziening van het hernieuwbare energie decreet werd reeds geopperd om minimumtarieven te differentiëren op basis van de gebruikte inputstromen, binnen het panel is men overwegend van oordeel dat dit alleen maar extra administratie met zich meebrengt, en dat de markt moet kunnen spelen. Toch stelt men vast dat voor vele moeilijk te verwerken stromen de gatefee momenteel te laag is, en dat vooral de operationele kost voor naverwerking onderschat wordt. Dat minder dan 2% van de geproduceerde mest naar vergisting gaat, is volgens het panel ook hieraan te wijten. Misschien moet men op zoek gaan naar technologieën die goedkoper zijn om mest te vergisten, cfr. pocket vergisting die 100% mest vergist op bedrijfsniveau. Dikke fracties mest moeten vaker hun weg naar vergisting vinden, ze hebben ook een hogere energie-inhoud dan ruwe mest.

Op de vraag of de ladder van Lansink moet worden gerespecteerd of zelfs opgelegd worden bij het sturen van afval-of materialenstromen naar bepaalde verwerkingsinstallaties is het panel overtuigd dat er al regelgeving genoeg is. Dat het afvaldecreet reeds voorbijgestreefd is. En dat we dringend moeten evolueren naar een materialendecreet die beheerd wordt uit de gedachte van cradle-to-cradle. De biologische kringlopen moeten gerespecteerd worden om materialenrecyclage en energierecuperatie te stimuleren. Uit de zaal komt ook de opmerking dat het absurd is om fossiele energiedragers op te stoken voor mobiliteit en verwarming terwijl er zoveel nuttige kunststof-toepassingen zijn voor deze fossiele grondstoffen. Hernieuwbare energie uit biomassa gebruiken voor mobiliteit is hét alternatief om fossiele voorraden zolang mogelijk te kunnen benutten.

Share this