Rechtzetting
In De Standaard (27/01/2012) (“De wei die een stroomcentrale werd - Van mest maak je niet zomaar groene stroom”) wordt de vergistingssector in een niet al te positief daglicht gesteld. Ook in het voortgangsrapport van 2011, en op het recente door Biogas-E georganiseerde VergistingsFORUM (14/09/2011) werd reeds gesteld dat verschillende knelpunten (de stijgende inputprijzen, maar ook de steeds strenger wordende emissienormen, milieuvereisten, en de kostprijs voor de verwerking van de eindproducten (digestaat)) tot een stagnering van de sector hebben geleid.
In het artikel van de standaard lijkt het kind echter met het badwater weggeworpen. Geen enkele hernieuwbare technologie is economisch rendabel zonder subsidies. En de ecologische meerwaarde van vergistingstechnologie is onomstreden bewezen door internationaal onderzoek. Vergisting zorgt immers voor de duurzame verwerking van organische afvalstromen, hygiënisatie van besmet materiaal, het vermijden van broeikasgasemissies bij natuurlijke afbraak, maar bovendien ook voor de productie van groene stroom en warmte uit hernieuwbare bronnen.
Bovendien gebruiken Vlaamse vergistingsinstallaties nauwelijks energiemaïs. Vlaanderen heeft de afgelopen decennia heel wat know-how verzameld bij het verwerken van organisch-biologische afvalstromen. De vergistingssector biedt daarom heel wat meer tewerkstelling via constructeurs, ontwerpbureaus, milieulabo’s, technici en exporteerbare know-how en technologie dan andere hernieuwbare energiesectoren.
Bovendien zijn er nog heel wat opportuniteiten. De kennis die bv. werd opgedaan omtrent het verwerken van digestaat zijn de eerste stappen in de richting van een duurzame productie van hernieuwbare meststoffen uit mest en afvalstromen. Heel wat afvalstromen (bermmaaisel, GFT, landbouwafval, organische fractie restafval) worden vandaag nog niet verwerkt. Een verdere technologische ontwikkeling kan ook daar leiden tot een verdere ontwikkeling van de Vlaamse vergistingssector. Het is een pad waar Biogas-E vzw in samenwerking met andere organisaties blijft aan timmeren.
