eigen_frontfoto

De VREG wijzigt de tariefstructuur van de netgebonden distributienettarieven. Wat wijzigt er voor biogasinstallaties?

tariefstructuur

De VREG wijzigt de tariefstructuur van de netgebonden distributienettarieven. De distributienettarieven maken, naast de transmissienettarieven, deel uit van de nettarieven. Dit zijn tarieven die u betaalt aan de distributienetbeheerder en transmissienetbeheerder voor het vervoer van energie en diensten geleverd door uw netbeheerder. Daarnaast bestaat de energiefactuur nog uit de energieprijs, waarvan de opbrengst bestemd is voor de energieleverancier, en heffingen, bestemd voor de Vlaamse overheid. De distributienettarieven bedragen voor KMO’s gemiddeld zo’n 48 % van de energiefactuur (statistieken VREG).

De omschakeling naar een capaciteitstarief

De VREG wenst de tariefstructuur van de netgebonden distributienettarieven meer kostenreflectief te maken voor de distributienetbeheerder (DNB). De voornaamste kost van de DNB is het aanleggen van voldoende capaciteit voor de netgebruikers. De VREG voorziet daarom een omschakeling van een gedeeltelijk capaciteitstarief, waarbij gefactureerd wordt zowel op basis van de hoeveelheid afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit, als op basis van het piekvermogen (kW) naar een volledig capaciteitstarief, waarbij geen kWh-term meer aanwezig zal zijn. In het voorstel tot nieuwe tariefstructuur zal de facturatie hoofdzakelijk afhangen van het piekvermogen (kW) – dit is de hoogst afgenomen piek – en het aansluitvermogen (kVA) – dit is de hoeveelheid elektrische energie (capaciteit) die uw bedrijf ter beschikking heeft. Hierbij zal de hoeveelheid afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit, voor dit deel van de energiefactuur, niet langer van belang zijn. De VREG wenst met de nieuwe tariefstructuur het aansluitvermogen zo veel mogelijk af te stemmen op de noden van de netgebruiker, zodat het net optimaal kan benut worden en wenst het net enkel uit te breiden wanneer dit strikt noodzakelijk is. De inwerkingtreding van de wijzigingen is voorzien in 2019.

Wat betekent dit voor de biogassector?

Biogas-E liet een doorrekening uitvoeren voor 6 biogasinstallaties, om de invloed van deze wijziging op de biogassector te kunnen inschatten. In de doorrekening werden gemiddelde tarieven gehanteerd van de verschillende distributienetbeheerders.

Met de nieuwe tariefstructuur, gebaseerd op capaciteit daalt voor alle 6 deelnemende biogasinstallaties, de prijs die zij jaarlijks betalen voor de injectie van elektriciteit. Dit komt omdat biogasinstallaties doorgaans draaien op vollast en hierbij hun injectiecapaciteit ten volle benutten. Biogasinstallaties injecteren dus veel elektriciteit, ten opzichte van hun geïnstalleerde capaciteit. Omdat de kWh-term wegvalt in de nieuwe tariefstructuur en installaties dus niet meer betalen voor de hoeveelheid geïnjecteerde elektriciteit, daalt voor veel installaties wellicht de prijs die betaald wordt voor injectie. Voor de 6 deelnemende installaties daalde de prijs tussen €69 en €7.517 per jaar, met een gemiddelde van €3.618.

Bij de afname van elektriciteit wordt net het omgekeerde vastgesteld. Biogasinstallaties nemen doorgaans weinig elektriciteit af ten opzichte van hun afnamecapaciteit. Voor de 6 deelnemende bedrijven steeg de prijs voor afname tussen de 1.284 € en 13.266 € per jaar, met een gemiddelde van 6.723 €. Bedrijven die weinig afnemen, maar wel een groot aansluitvermogen voor afname voorzien, zullen de grootste stijging vaststellen op hun energiefactuur. In de nieuwe tariefstructuur betalen ze namelijk voor de capaciteit die het net voor hen voorziet, en niet voor de hoeveelheid elektriciteit die ze afnemen. Vier van de zes deelnemende bedrijven hebben een gelijke aansluitcapaciteit voor afname als voor injectie. Bedrijf per bedrijf moet worden nagegaan of deze aansluitcapaciteit voor afname een bewuste keuze is geweest en of deze eventueel naar beneden kan worden bijgesteld. Een offerte voor het verlagen van uw aansluitvermogen, kan worden opgevraagd bij Eandis.

Het verlagen van het aansluitvermogen zal niet voor alle bedrijven een optie zijn. Biogasinstallaties met een groot eigenverbruik van de opgewekte elektriciteit van de WKK motor, benutten hun afnamecapaciteit wel degelijk in de gevallen waarbij de eigen WKK motor stilligt.

Wanneer injectie en afname samen bekeken worden, wordt voor de 6 deelnemende biogasinstallatie een stijging op de energiefactuur tussen de -1.487 € en 5.750 € vastgesteld, met een gemiddelde stijging van 2.560 €. Dit komt overeen met een gemiddelde stijging van 10 % op het gedeelte van energiefactuur die de distributienettarieven betreft. Dergelijke cijfers zijn inschattingen en kunnen nog niet als ‘waar’ worden aangenomen. De VREG verzamelt momenteel reacties van alle stakeholders en werkt aan een nieuw voorstel die ter consultatie zal gepubliceerd worden eind 2017 of begin 2018.

Wat met flexibele energieproductie?

Biogas-E schreef een nota, bestemd voor de VREG, als reactie op de gewijzigde tariefstructuur. Biogas-E wenst voornamelijk aandacht te vestigen op de mogelijkheid van biogasinstallaties om hun WKK flexibel aan te sturen. Installatie die opwaartse flexibiliteit wensen aan te bieden, hebben een groter aansluitvermogen nodig. In het huidige voorstel tot herziening van de tariefstructuur worden deze installaties onterecht afgestraft.

Door het grote potentieel van de biogassector om haar elektriciteitsproductie flexibel aan te sturen, kan de sector aanzienlijk bijdragen aan de netstabiliteit. Biogasinstallaties kunnen immers hun elektriciteitsproductie sturen door het opslaan van biogas en het afregelen van de WKK-motor. Hierdoor kunnen ze inspelen op de elektriciteitsvraag en pas produceren wanneer de vraag hoog is en vice versa. In tegenstelling tot andere bronnen van hernieuwbare energie kan biogas dus sterk bijdragen aan het behouden van de netstabiliteit en drukt hiermee de kosten voor de transmissienetbeheerder. Het gaat hierbij bovendien niet alleen over kosten, maar ook over de noodzaak tot meer flexibiliteit om het systeem te kunnen blijven handhaven met grote hoeveelheden hernieuwbare energie in de toekomst.

Wanneer een biogasinstallatie inzet op flexibele productie, vergroot zijn maatschappelijk toegevoegde waarde met een toename in geïnstalleerde capaciteit. In Duitsland bijvoorbeeld worden biogasinstallaties zelf aangemoedigd meer capaciteit dan nodig te installeren, precies om meer flexibiliteit in het net beschikbaar te hebben. Echter, onder het huidige voorstel van de herziening van de tariefstructuur zouden biogasinstallaties die een groter potentieel hebben om de netstabiliteit te verzekeren, en dus een grotere geïnstalleerde capaciteit hebben, méér betalen dan de installaties die op vollast blijven draaien. Dit is kostenreflectief op distributienetniveau, maar niet op het niveau van het volledig net. Flexibele energieproductie is noodzakelijk in een toekomst met hernieuwbare energiebronnen. Biogasinstallaties kunnen deze flexibiliteit bieden, maar het voorgestelde systeem maakt dit moeilijk.

Biogas-E pleit ervoor dat pieken veroorzaakt door flexibiliteit niet mogen worden meegenomen in de nieuwe tarifering. Er kan bijvoorbeeld een tijdsdimensie worden meegenomen in de tariefstructuur, waarbij injectiepieken op momenten met hoge vraag niet worden afgestraft, maar net worden beloond. Deze zijn namelijk net voordelig voor het net. Biogas-E vraagt ook om een opening te creëren voor de implementatie van dynamische injectietarieven op langere termijn. Deze kunnen worden gehanteerd met behulp van de slimme meters. De injectietarieven moeten met andere woorden worden afgestemd op de ogenblikkelijke elektriciteitsvraag. Biogas-E beseft dat dit geen vereenvoudiging zal zijn van de tariefstructuur, maar ziet een dynamische tariefstructuur met het oog op de energietransitie wel als dé toekomst voor alle sectoren.

Datum publicatie