nieuwsflash

Eindproducten

laatst gewijzigd:
do 9 april 09 (10u46)

Algemeen

Vooreerst is de Europese Verordening belangrijk wanneer het gaat om export binnen de EU van dierlijke bijproducten geschikt voor menselijke consumptie, maar daar niet voor bestemd om bepaalde redenen . Wanneer mest mee vergist wordt, moet het eindproduct zeker aan de voorwaarden uit de verordening voldoen.

Verder moet elke meststof-bodemverbeteraar die in België gebruikt wordt opgenomen zijn in een lijst van het KB van 7 januari 1998. Indien dit niet zo is moet een ontheffing aangevraagd worden bij het FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Digestaat is niet opgenomen in die lijst, dus moet ook een ontheffing aangevraagd worden om het eindproduct van de vergisting te mogen gebruiken in de landbouw. Voor de eindproducten na vergisting van categorie 2 materiaal heeft het FOD beslist dat die slechts mogen gebruikt worden als bodemverbeteraar, niet als meststof. Mest, inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal, melk en biest vormen daarop een uitzondering.

In het nieuwe VLAREA werd digestaat opgenomen in de lijst van de secundaire grondstoffen. Om als secundaire grondstoffen in aanmerking te komen dient men voor het digestaat te beschikken over een keuringsattest door de vzw VLACO of moet het digestaat onderworpen zijn aan een gelijkaardige kwaliteitscontrole.

Indien men het digestaat dus wil gebruiken op Vlaamse landbouwgrond dient men zowel een ontheffing aan te vragen bij de FOD, als een keuringsattest bij (voorlopig enkel?) VLACO vzw.

Ook het mestdecreet heeft zijn impact op vergisting en vooral dan op gebruik van eindproducten. Wanneer verwerkingsplichtige mest mee verwerkt wordt in de vergisting dan moet op zijn minst een aandeel van het eindproduct geëxporteerd worden buiten Vlaanderen aangezien de definitie van mestverwerking uit het mestdecreet stelt dat de nutriënten niet meer op Vlaamse grond kunnen afgezet worden.

Verder gelden ook nog bepaalde specifieke voorwaarden wanneer export naar Wallonië of andere landen zoals Frankrijk overwogen wordt.

Europese Verordening (EG) nr. 1774/2002

Indien dierlijke bijproducten mee vergist worden dient men te voldoen aan de eisen vastgelegd in deze Verordening. Mest, keukenafval en etensresten vallen hier (o.a.) ook onder. Meer over de verordening weten? Zie Dierlijk Afval

Koninklijk besluit van 7 januari 1998

Het besluit betreft de handel in meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 18 mei 1998 en 28 mei 2003

Dit besluit is van toepassing op het verhandelen en het gebruik van meststoffen, bodemverbeterende middelen, teeltsubstraten, zuiveringsslib, alsmede op elk product waaraan een specifieke werking ter bevordering van de plantaardige productie wordt toegeschreven. Het besluit is met andere woorden van toepassing wanneer men eindproducten van vergisting wil verhandelen als bodemverbeterend middel. Het KB is niet van toepassing in geval van "gebruik op eigen gronden".

Ontheffing

Indien eindproduct niet in de tabel (bijlage I van het KB): ontheffing

Bij het besluit hoort een tabel waarin de toegelaten producten voorkomen. Wanneer het eindproduct van de vergistingsinstallatie niet voorkomt in deze tabel, dan mag het niet verhandeld worden in België. Wel is er een procedure voorzien om producten die niet in de tabel voorkomen alsnog te kunnen verhandelen. Daarvoor moet een zogenaamde 'aanvraag tot ontheffing' ingediend worden bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu .

Producteisen

Naast minimumvoorwaarden zoals op gebied van stabiliteit moet, wanneer het eindproduct verhandeld wordt, van dit eindproduct ook gewaarborgde gehalten van bepaalde bestanddelen (zoals bvb. gehalte totale stikstof) vermeld worden. Tevens dienen de gebruiksbeperkingen vermeld te worden indien tijdens de verwerking van het product zuiveringsslib zoals gedefinieerd in dit besluit, mee verwerkt werd. In de toekomst zouden de producteisen van de FOD en VLACO vzw meer op elkaar afgestemd worden.

Wanneer men het eindproduct van anaerobe vergisting in de vorm van digestaat in de landbouw wil gebruiken, zal een ontheffingsdossier moeten ingediend worden, aangezien digestaten normaal gezien niet vallen onder de producten die in bijlage 1 van het Koninklijk Besluit vernoemd worden. De voornaamste zaken die in het ontheffingsdossier moeten aanwezig zijn de volgende:

Wanneer men het eindproduct van anaerobe vergisting in een andere vorm dan digestaat wil gebruiken dient bekeken te worden als men onder de toegelaten producten van bijlage 1 van het besluit valt. Indien niet moet ook een ontheffing aangevraagd worden.

Voor het aanvragen van een ontheffing bestaat geen voorgedrukt formulier. Dit formulier dient schriftelijk aangevraagd worden bij de FOD (zie adres hierboven). Een belangrijk knelpunt blijft het feit dat de FOD niet gebonden is aan termijnen voor de afhandeling van dossiers.

Het volledige Koninklijk Besluit is terug te vinden op de website van justitie , door klikken op geconsolideerde wetgeving en zoeken op titel (Koninklijk besluit betreffende de handel in meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten), afkondigingsdatum (07/01/1998) of publicatiedatum (11/06/1998).

Vlarea - Keuringsattest

Digestaat van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen afkomstig van een vergunde inrichting voor de vergisting van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen -al dan niet in combinatie met dierlijke mest- kan in aanmerking komen voor gebruik in of als meststof of bodemverbeterend middel (secundaire grondstof). Daarvoor dient men te beschikken over een keuringsattest afgeleverd door de vzw VLACO of moet het digestaat onderworpen worden aan een gelijkaardige kwaliteitscontrole (lijst met erkende laboratoria). Voor dit laatste zijn een aantal voorwaarden opgenomen: De certificatie en controle moet uitgevoerd worden door een instelling die voor het betreffende materiaal over de nodige bekwaamheid beschikt. Er moeten minstens dezelfde controleprocedures en dezelfde waarborgen aanwezig zijn als bij een VLACO-keuring. De controleprocedure slaat op de interne kwaliteitscontrole (acceptatiebeleid, registratie van alle aan- en afvoer, controle van de kwaliteit) en de externe controle hierop door een erkende onafhankelijke instelling. Met dezelfde waarborgen wordt bedoeld dat de exploitant van de recuperatie-inrichting de nodige vergunningen moet bezitten waardoor verzekerd wordt dat voldaan is aan alle nodige milieuhygiënische en landbouwkundige kwaliteitsvoorschriften. Voorlopig zijn ons nog geen alternatieven bekend.

Mestdecreet

Het 'decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen', beter gekend als het mestdecreet , heeft ook consequenties voor anaerobe vergisting en het gebruik van de mogelijke eindproducten in de landbouw.

Definitie mestverwerking: In het mestdecreet wordt bepaald vanaf welke hoeveelheid mestproductie op een bedrijf verplicht verwerkt moet worden. De definitie van mestverwerking zoals die in het decreet vermeld staat luidt als volgt: Mestverwerking: het behandelen en/of verwerken van dierlijke mest derwijze dat de nutriënten vervat in de dierlijke mest:

Wanneer nu in een vergistingsinstallatie naast het organisch-biologisch afval ook dierlijke mest mee verwerkt wordt dan kunnen 2 mogelijkheden onderscheiden worden. Als geen verwerkingsplichtige mest mee vergist wordt, is men niet verplicht om het digestaat te exporteren.

Wanneer wel verwerkingsplichtige mest mee verwerkt wordt, dan zal -wil men effectief een bepaald aandeel mest verwerken- verplicht een afzet buiten Vlaanderen gezocht moeten worden.

Voorwaarden bij uitrijden digestaat: Wanneer een eindproduct van anaerobe vergisting aan alle voorwaarden voor gebruik in Vlaanderen voldoet, dan moet bij het uitrijden op het land ook aan de voorwaarden uit het mestdecreet voldaan worden. Daarbij zullen eindproducten van anaerobe vergisting in het mestdecreet vallen onder de noemer 'stikstof uit andere meststoffen'. Ook voor deze eindproducten gelden de bemestingsnormen i.v.m. maximaal toegelaten hoeveelheid nutriënten, de uitrijverboden, voorwaarden i.v.m. een emissiearme aanwending,...

I.v.m. met het al of niet exporteren buiten Vlaanderen is ook het uitvoeringsplan organisch-biologisch afval belangrijk dat stelt dat enkel mineralenarme en humusrijke secundaire grondstoffen in Vlaanderen kunnen afgezet worden.

Export

Voor de export van en naar Europese lidstaten van eindproducten van anaerobe vergisting zijn twee Europese Verordeningen van belang:

Sinds 12 juli 2007 is de nieuwe Verordening (EG) nr. 1013/2006 in voege. Hierdoor vallen overbrengingen die aan de erkenningseisen van Verordening (EG) nr. 1774/2002 voldoen, niet langer onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1013/2006.

Deze aanpassingen worden door de verschillende lidstaten verschillend geïnterpreteerd. Zo moeten voor export naar Duitsland, Frankrijk of Nederland verschillende procedures toegepast worden. Wij bespreken hier enkel uitvoer naar Wallonië, Frankrijk en Duitsland. Voor de uitvoer van de eindproducten van anaerobe vergisting moet men tevens steeds beschikken over een mestafzetdocument van de mestbank.

Verre export van droge eindproducten wordt hier niet behandeld. Daarvoor kan verwezen worden naar Prof. Tollens (eric.tollens@ees.kuleuven.be) van de KULeuven die een studie coördineerde i.v.m. export van eindproducten van mestverwerking naar verre bestemmingen.