nieuwsflash

Energie

laatst gewijzigd:
do 9 april 09 (10u46)

Inleiding

Een belangrijke vorm van inkomsten bij anaerobe vergisting is dat groene elektriciteit kan opgewekt worden via de verbranding van het opgewekte biogas. Elektriciteitsopwekking via biogas uit mest of biomassa komt in aanmerking voor het systeem van de groenestroomcertficaten (GSC).

Daarnaast keurde de Vlaamse regering op 5 maart 2004 het besluit inzake de warmtekrachtcertificaten goed waardoor een extra steunmaatregel van kracht wordt, nl. het feit dat voor een kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallatie warmtekrachtcertificaten (WKC) kunnen bekomen worden. Dit betekent een bijkomende inkomst voor een vergistingsinstallatie.

Groenestroomcertificaten

Besluit 5 maart 2004

Gedurende de anaerobe vergisting wordt de biodegradeerbare organische stof door micro-organismen omgezet tot biogas, een mengsel van voornamelijk methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2). Het biogas kan gebruikt worden ter vervanging van fossiele brandstoffen zoals aardgas of mazout. Wanneer dit biogas verbrand wordt in een motor die een generator aandrijft, kan (groene) elektriciteit geproduceerd worden.

Wanneer elektriciteit geproduceerd wordt uit zogenaamde hernieuwbare energiebronnen dan komt men onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor groenestroomcertificaten. Deze voorwaarden werden vastgesteld in het 'Besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen'.

Welke afvalstromen komen in aanmerking?

Het besluit bepaalt dat groenestroomcertificaten toegekend kunnen worden voor elektriciteit opgewekt uit biogas afkomstig van de vergisting van organisch-biologisch afval. Daarbij speelt het geen rol of dit biogas afkomstig is van een vergistingsinstallatie of van een stort.

Organisch-biologisch afval is:

Concreet: vergisting van deze stromen kan ook groene stroom opleveren. Vergistingsinstallaties die enkel organisch-biologisch afval verwerken of die organisch-biologisch afval co-vergisten met dierlijke mest, of die enkel dierlijke mest vergisten, kunnen aanspraak maken op de groenestroomcertificaten. Er zijn wel bepaalde beperkingen naar het toekennen van groenstroomcertificaten toe wanneer in de verwerking het organisch-biologisch deel van restafval (= niet selectief ingezameld afval) mee gebruikt werd.

Het groenestroomcertificaat

De producent van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen kan groenestroomcertificaten aanvragen bij de VREG. Per MWh geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen (bv. via biogas) bekomt de producent 1 groenestroomcertificaat. Dit wordt door de VREG bijgehouden via een internetgebaseerd softwareplatform. Het is dus een immaterieel goed.

De producent van elektriciteit kan deze certificaten dan (virtueel) verhandelen of inleveren bij de VREG om aan zijn verplichtingen te voldoen. De elektriciteitsproducenten zijn immers verplicht een zeker percentage van hun geleverde elektriciteit aan eindafnemers uit het voorgaande jaar uit hernieuwbare elektriciteit te leveren. Tegen 2010 moet dit 6% zijn. Wanneer ze dit niet bereiken zijn boeteclausules voorzien. De boete is vastgelegd op € 125 per ontbrekend certificaat. Aangezien de groenestroomcertificaten vrij verhandelbaar zijn zal de waarde ervan bepaald worden door de marktwerking van vraag en aanbod alsook door de boetetarieven. Er is echter wel een minimumprijs vastgelegd door de Vlaamse Regering. Voor groenestroomcertificaten uit organisch-biologische stoffen is dit € 80, en dit gegarandeerd tot 10 jaar na indienstname (zie wijziging elektriciteitsdecreet).

Het is echter niet de volledige brutoproductie van elektriciteit die in aanmerking komt voor GSC. Van die bruto elektriciteitsproductie moeten nog een aantal zaken afgetrokken worden zoals het verbruik van de utiliteitsvoorzieningen en van de voorbehandeling. Meer info hieromtrent is verkrijgbaar bij de VREG.

En groene warmte?

Het platform voor anaerobe vergisting in Vlaanderen pleit voor een vergoeding voor groene warmte. Het kan niet zijn dat bedrijven die (enkel) groene warmte produceren hiervoor niet vergoed worden. Het past perfect binnen de filosofie van de groenestroomcertificaten, nl. dat voor het produceren van deze energie (warmte) geen aanspraak gemaakt wordt op fossiele brandstoffen. Bovendien is het energetisch rendement van warmteproductie veel hoger dan van elektriciteitsproductie.

Meer over GSC's

Het volledige document is terug te vinden op de website van justitie , waarbij geklikt moet worden op 'geconsolideerde wetgeving' en dan gezocht kan worden op titel of in het Besluit Groene Stroom 5 maart 2004 [pdf] .

Het aanvraagformulier voor groenestroomcertificaten [doc] is terug te vinden op de website van Insyst.

Voor vragen omtrent groene stroom kan u altijd bij ons terecht of bij het Vlaams Energie Agentschap (VEA) ( energie@vlaanderen.be ) en zeker ook bij de VREG .

Warmtekrachtcertificaten

Valorisatie van de warmte

De filosofie die schuilt achter de WKC's is dat via een WKK gedelokaliseerd elektriciteit kan geproduceerd worden en dat de warmte zoveel mogelijk gerecupereerd kan worden. Bij klassieke elektriciteitsproductiesystemen wordt de warmte doorgaans niet gevaloriseerd. Aangezien op het bedrijf waar de WKK staat wel de warmte gevaloriseerd wordt, is dit een besparing op het verbruik van fossiele brandstoffen.

Het warmtekrachtcertificaat

Het systeem van de WKC's is gelijkaardig aan het systeem van de groenestroomcertificaten en is bovendien ook cumuleerbaar met groenestroomcertificaten. Het is dus ook zo dat elektriciteitsleveranciers een bepaald quotum aan vrij verhandelbare WKC's nodig hebben, zoniet worden boetes opgelegd. Deze bedragen 45 euro per ontbrekend certificaat. Vergistingsinstallaties die het geproduceerde biogas gaan verbranden in een WKK, kunnen naast de groenestroomcertificaten ook nog warmtekrachtcertificaten kunnen verkrijgen.

De eerste 4 jaar komen alle warmtekrachtcertificaten in aanmerking om ingeleverd te worden om te voldoen aan de quota. Daarna daalt het aantal inleverbare certificaten afhankelijk van de relatieve primaire energiebesparing.

Kwalitatieve WKK's

Een warmtekrachtcertificaat wordt toegekend voor iedere 1000 kWh 'warmtekracht' die men heeft bespaard via het gebruik van de WKK. De warmtekrachtbesparing wordt bekomen via een formule die de primaire energiebesparing berekent door gebruik te maken van een kwalitatieve WKK in plaats van een referentiecentrale en een referentieketel die eenzelfde hoeveelheid netto elektriciteit en nuttige warmte zouden opwekken als die WKK. Een voorwaarde voor de toekenning van de WKC's is dus dat deze maar toegekend worden voor de zogenaamde 'kwalitatieve warmtekrachtinstallaties'.

Een kwalitatieve WKK moet een relatieve primaire energiebesparing realiseren die groter is of gelijk aan 5% t.o.v. gescheiden opwekking. Deze relatieve primaire energiebesparing wordt berekend via een formule die rekening houdt met elektrische en thermische rendementen van de WKK in vergelijking met deze van klassieke referentiesystemen. De WKK moet dan ook erkend worden door de VREG.

Meer over WKC's

Meer info omtrent de WKC's is te vinden op de website van Cogen-Vlaanderen . In hun publicatie 'Wegwijzer 2004' is een handig overizcht van technologie, wetgeving en nuttige adressen. 'Wegwijzer 2007' is nog in aanbouw. Verdere info is ook steeds terug te vinden op de website van de VREG , bij het onderdeel 'wetgeving'

Formulieren voor WKC's:

Bonus voor CO2-Bemesting

CO2 is niet meer weg te denken in de glastuinbouw. Het is een essentieel element in de groei van planten en er wordt dan ook effectief aan CO2-bemesting gedaan. In bepaalde gevallen wordt er zelfs gewoon aardgas verstookt om CO2 te leveren aan de serre(!). Langs de andere kant worden de rookgassen van WKK's veelal gewoon de lucht in geblazen, nochtans zit ook daar CO2 in en kunnen er dus synergieën gecreëerd worden door deze ten volle te benutten. De grote winnaar hierbij is opnieuw ons teerbemind milieu. De Vlaamse overheid wil dit stimuleren en heeft daarom een fiscale stimulans uitgewerkt. Wanneer een warmtekrachtinstallatie gebruikt wordt voor de productie van CO2, wordt de gemeten hoeveelheid geproduceerde benutte warmte met 10% verhoogd voor de berekening van de warmtekrachtbesparing.

Voor de desbetreffende wetgeving verwijzen we naar Artikel 10, §4, van het WKK-ontwerpbesluit. .