Vergunningen
do 9 april 09 (10u46)
Overzicht
Via Vlarem I wordt opgelegd wie een milieuvergunning moet aanvragen en zal bepaald worden welke 'klasse-inrichting' de vergistingsinstallatie zal zijn. Naargelang de hinderlijke activiteiten die op de vergistingsinstallatie voorkomen zullen bepaalde sectorale voorwaarden uit Vlarem II moeten gerespecteerd worden.
Momenteel is Vlarem onderhevig aan een technische actualisatie. Voorlopig is onderstaande informatie nog correct. Wij houden u op de hoogte wanneer wijzigingen zullen optreden. Meer info over de actualisatietrein vindt u hier .
Vlarem I
Wie en welke rubrieken?

Vóór de staatshervorming moesten inrichtingen die hinder konden veroorzaken aan omwonenden, de directe omgeving en het milieu, over een heel gamma aan vergunningen beschikken. Naast de bouwvergunning waren meestal nog een exploitatievergunning, een lozingsvergunning, een vergunning voor het oppompen van water en nog eventuele andere vergunningen nodig.
Met de komst van Vlarem I, het Vlaams reglement op de Milieuvergunningen, werd de exploitatievergunning samen met enkele andere milieugebonden vergunningen geïntegreerd tot 1 vergunning: de milieuvergunning. Vlarem I legt vast waarvoor een vergunning vereist is, wie ze moet aanvragen en tot welke overheid men zich dient te richten. Vlarem I bepaalt eveneens hoe de procedure verloopt.
Wie moet een vergunning aanvragen? Een bedrijf is vergunnings- of meldingsplechtig (naargelang klasse bedrijf) indien er minstens één activiteit of handeling wordt uitgevoerd die in bijlage 1 van Vlarem I is gecatalogeerd als hinderlijk voor mens en milieu.
Toegepast op anaerobe vergistingsinstallaties en naargelang de specifieke kenmerken van de installatie kunnen volgende 'hinderlijke activiteiten' of rubrieken uit bijlage 1 mogelijks van toepassing zijn:
- Rubriek 2: Afvalstoffen
- Rubriek 3: Afvalwater en Koelwater
- Rubriek 9: Dieren
- Rubriek 12: Elektriciteit
- Rubriek 16: Gassen
- Rubriek 28: Mest of meststoffen
- Rubriek 31: Motoren (machines) met inwendige verbranding
- Rubriek 39: Stoom- en warmwatertoestellen
Eventuele andere hinderlijke inrichtingen of activiteiten die deel uitmaken van de installatie.De rubrieken die van toepassing zijn op de vergistingsinstallatie bepalen o.a. in welke klasse de inrichting valt, of al dan niet een milieucoördinator vereist is, of een milieujaarverslag verplicht is,... Meestal zullen op de vergistingsinstallatie meerdere hinderlijke inrichtingen of activiteiten naast elkaar voorkomen (bvb. verwerking van GFT, gecombineerd met bewerking van categorie 1-materiaal). In dat geval is de inrichting met de hoogste klasse bepalend voor de te volgen vergunningsprocedure.
| Hinderlijke inrichting of activiteit | Rubriek bijlage 1 | Klasse | Coördinator | Audit | Jaarverslag | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vergisting met of zonder methaanwinning van GFT | 2.2.3 b) 3° | 1 | B | E | - | |
| Compostering of vergisting, met of zonder methaanwinning van andere niet gevaarlijke afvalstoffen | 2.2.3 c) | 1 | B | E | J | |
| Andere biologische behandeling van niet-gevaarlijke afvalstoffen | 2.2.3 d) | 1 | B | E | J | |
| Opslag en bewerking van categorie 3-materiaal opslagcap. max. 10 ton | 2.2.4 a) | 2 | B | P | - | |
| Opslag en bewerking van categorie 3-materiaal opslagcap. > 10 ton | 2.2.4 a) | 1 | A | P | - | |
| Opslag en verwerking categorie 3-materiaal | 2.2.4 b) | 1 | B | P | - | |
| Opslag en be- of verwerking van categorie 2-materiaal | 2.2.4 c) | 1 | A | P | J | |
| Opslag en be- of verwerking van categorie 1-materiaal | 2.2.4 d) | 1 | A | P | J | |
| Mestbewerking of - verwerking 2 ton t.e.m. 1000 ton mest | 28.3 a) | 2 | - | - | - | |
| Mestbewerking of - verwerking meer dan 1000 ton mest | 28.3 b) | 1 | - | - | - | |
| Mestbewerking of - verwerking meer dan 25000 ton mest | 28.3 c) | 1 | B | P | J |
Sinds kort is er een vereenvoudigde vergunningsprocedure voor kleinschalige mestverwerking gehecht aan 1 veehouderij. Bedrijfsgebonden mestvergistingsinstallaties kunnen voortaan vergund worden bij de stallen (rubriek 9). In welke rubriek men de installatie dan moet onderbrengen en onder welke klasse en voorwaarden men valt hangt in dit geval af van:
- soort dieren (gevogelte, struisvogels, emoes e.d., varkens, mestkalveren, paard- en runderachtigen, gemengd, kleine herkauwers, inheemse kleine zoogdieren & pelsdieren),
- gebied (woongebied met landelijk karakter, agrarisch gebied, ander gebied),
- intensiviteit (aantal dieren).
Besluit.
Er kan gesteld worden dat een vergistingsinstallatie doorgaans een klasse 1-inrichting zal zijn, een milieucoördinator B zal moeten hebben, een éénmalige (E) of periodieke (P) milieuaudit zal moeten ondergaan en in sommige gevallen een milieujaarverslag (J) zal moeten voorleggen. Behalve wanneer het gaat om een bedrijfsgebonden installatie, dan kan men de installatie eventueel vergunnen bij de stallen (rubriek 9).
Instanties die meestal advies moeten geven bij een vergistingsinstallatie klasse 1 zijn: Afdeling Preventie van de Administratie Gezondheidszorg, VLM & OVAM.
Waar naartoe met de vergunningsaanvraag? De milieuvergunning voor de klasse I-inrichting wordt aangevraagd bij de Bestendige Deputatie van de provincie, een klasse 2-aanvraag bij het College van Burgemeester en Schepenen.
Vlarem II
Vlarem II bevat o.a. de milieukwaliteitsnormen waarop de overheid haar vergunningenbeleid moet afstemmen, algemene en sectorale milieuvoorwaarden waaraan vergunnings- of meldingsplichtige bedrijven moeten voldoen en milieuvoorwaarden voor niet in Vlarem I opgenomen inrichtingen en activiteiten.
Men onderscheidt in Vlarem II drie soorten milieuvoorwaarden:
- Algemene milieuvoorwaarden:
- van toepassing op alle hinderlijke inrichtingen, vertolken een algemeen zorgvuldigheidsprincipe en hebben een vangnetfunctie.
- Sectorale milieuvoorwaarden:
- specifieke voorschriften van toepassing op welbepaalde hinderlijke inrichtingen, deze primeren op de algemene milieuvoorwaarden.
- Bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden:
- kunnen specifiek voor een welbepaalde exploitatieplaats opgelegd worden en hebben voorrang op algemene en sectorale voorwaarden.
Milieuvoorwaarden voor anaerobe vergistingsinstallaties: Vergistingsinstallaties moeten sowieso voldoen aan de algemene milieuvoorwaarden van deel 4 van Vlarem II. Om te weten aan welke sectorale voorwaarden men moet voldoen moet vertrokken worden van de hinderlijke inrichtingen uit bijlage 1 van Vlarem I die op het bedrijf aanwezig zijn. De rubrieknummering uit bijlage 1 van Vlarem 1 wordt ook gevolgd in deel 5 van Vlarem II.
Bijvoorbeeld: wanneer op de installatie de hinderlijke activiteiten van rubriek 2 en rubriek 28 aanwezig zijn dan moet aan de sectorale voorwaarden van hoofdstukken 5.2 en 5.28 van Vlarem II voldaan worden. Vlarem I en II online.
Voor wie zoekt naar boeiende avondlectuur is een volledige versie van Vlarem I en II met alle bijlagen terug te vinden via de rubriek milieuvergunning van de navigator milieuwetgeving. Onder de rubriek 'wetgeving van de emis-site' is ook een zeer interessant document terug te vinden: 'Vlarem I en II in een notendop', een brochure van de stichting leefmilieu.



