Dierlijke bijproducten

Onderstaande wetgeving is zeker van belang als dierlijke bijproducten mee vergist wensen te worden. De Europese regelgeving behandelt mest tussen de andere dierlijke bijproducten, waar de Vlaamse vertaling mest apart zal behandelen in het Mestdecreet. In het opzicht van de Vlaamse nutrientproblematiek is dit ook een te verstane opdeling. Eerst wordt het Europees niveau toegelicht, daarna het dierlijk afval en het mestdecreet.

  • Om een 1069 erkenning te krijgen moet u een checklist invullen en mee indienen bij het aanvraag. Deze checklist en het aanvraagformulier zijn te vinden op de website van de VLM: volg hier de link. Er is een onderscheid tussen vergister zonder pasteurisatie, de zogenaamde "light"1069 en deze met pasteurisatie.
  • Een alternatieve procesvalidatie is mogelijk om een 1069 erkenning te krijgen.
  • FAVV vergunde installaties vindt u hier: FAVV vergunning dierlijke bijproducten
  • De lijst met de door de Mestbank (VLM) vergunde installaties is terug te vinden op deze link: VLM vergunning dierlijke bijproducten
  •  

Verordening (EG) nr. 1069/2009

De Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft de Verordening (EG) nr. 1069/2009 goedgekeurd tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten. Aangezien verwerkte stromen terug op het land komen en dus het risico bestaat dat schedelijke stoffen (terug) in de voedselketen komen moet met de nodige voorzorg omgesprongen worden met dierlijk materiaal. Eveneens moet het milieu voldoende beschermd worden, richtlijn 2008/98/EG reguleert dit.

Categorie 1-materiaal

Dit is de categorie met het hoogste risico; deze categorie omvat dierlijke bijproducten die een risico vormen i.v.m. een overdraagbare spongiforme encefalopathie (TSE), een onbekend risico of een risico dat verband houdt met de aanwezigheid van residuen van verboden stoffen (d.w.z. hormonen, B-agonisten etc.) of van residuen van milieuverontreinigende stoffen (d.w.z. dioxines, PCB's etc.). Ook keukenafval afkomstig van internationale transporten is categorie 1-materiaal. Dierlijke bijproducten die tot deze categorie behoren, moeten volledig verwijderd worden door verbranding, medeverbranding of storting.

Categorie 2-materiaal

Deze categorie omvat dierlijke bijproducten die een risico vormen i.v.m. andere dierziekten dan TSE of een risico dat verband houdt met de aanwezigheid van residuen van diergeneesmiddelen. Tot deze categorie behoren ook mest en de inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal.

Categorie 3-materiaal

Deze categorie omvat dierlijke bijproducten afkomstig van gezonde dieren (d.w.z. dieren die geslacht zijn in een slachthuis en na een inspectie overeenkomstig EU-wetgeving goedgekeurd zijn, melk van gezonde dieren, alsmede in volle zee gevangen vis). Alleen dierlijke bijproducten die tot deze categorie behoren, kunnen na een adequate behandeling gebruikt worden als diervoedermateriaal. Daarom vormt deze categorie de 'positieve lijst' van grondstoffen voor de vervaardiging van ingrediënten van dierlijke oorsprong die in diervoeders en huisdiervoer verwerkt mogen worden. Verder omvat deze categorie producten zoals wol, huiden, bont en veren, die bestemd zijn voor andere doeleinden dan dierlijke of menselijke consumptie (d.w.z. technische producten). Bij verwerking in een vergistingsinstallatie moet dit materiaal eerst gepasteuriseerd worden, tenzij alleen dierlijke bijproducten verwerkt worden die reeds verwerkingsmethode 1 ondergaan hebben. Ook keukenafval en etensresten niet afkomstig van internationale transporten vallen onder categorie 3-afval. Voor keukenafval vermeldt men wel dat dit vergist of gecomposteerd moet worden en dus niet in dierenvoeding kan gebruikt worden, behalve voor voeder voor dieren in dierentuin / circus / pelsdieren / wilde dieren / reptielen en roofvogels en honden. Volgens de bepalingen van dit document moet keukenafval niet gepasteuriseerd vooraleer te vergisten indien het als enig product vergist wordt met mest, de inhoud van het maagdarmkanaal gescheiden van het maagdarmkanaal, melk en biest. In dat geval moet wel aangetoond kunnen worden dat hun behandeling een gelijkwaardig effect hebben met betrekking tot de vermindering van ziekteverwekkers.

(Uitvoerings)verordering (EU) 142/2011

Deze verordening gaat dieper in op de technische specificaties waaraan de stromen bepaald in 1069/2009 moeten voldoen. Voluit luidt de titel: VERORDENING (EU) Nr. 142/2011 VAN DE COMMISSIE van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire contreles aan de grens krachtens die richtlijn.

Voor categorie 3-materiaal dat als grondstof in een biogasinstallatie wordt gebruikt moet een ontsmettingsstap van 1 uur op 70°C in acht genomen worden waarbij de deeltjes maximaal 12 mm groot mogen zijn. Melk, melkproducten, melkderivaten, biest en biestproducten van categorie 3 mogen echter zonder pasteurisatie/ontsmetting als grondstof in een biogasinstallatie worden gebruikt, indien zij volgens de bevoegde autoriteit geen risico opleveren voor de verspreiding van een ernstige op mens of dier overdraagbare ziekte. Een alternatieve omzettingswijze kan ook mogelijk zijn mits het proces een validatie ondergaat t.o.v. vooropgelegde criteria (bvb. een 5log 10 vermindering van E. faecalis of Salmonella sp. Normen voor gistingsresidues (digestaat) zijn eveneens opgenomen in de verordening en de monstername is beschreven.

Besluit Dierlijke Afvalstoffen - 15 december 2006

Dit besluit regelt de ophaling en verwerking van dierlijk afval als deze onder de definitie van afval valt en aansluit bij de dierlijke bijproducten zoals gedefinieerd in de Europese verordening 1774/2002 (nu dus 1069/2009). Uitgesloten van dit besluit zijn: keukenafval, etensresten, voormalige voedingsmiddelen, rauwe melk, eierschalen en bijproducten van gebarsten eieren, honing, schalen van schaaldieren, schelpen van schelpdieren, de inhoud van maagdarmkanaal, in zoverre deze gescheiden is van het maagdarmkanaal, uitwerpselen, eicellen, embryo's en sperma.

Het in de handel brengen

„in de handel brengen”: een handeling die tot doel heeft dierlijke bijproducten of daarvan afgeleide producten aan een derde in de Gemeenschap te verkopen, of enige andere vorm van levering aan een derde in de Gemeenschap, al dan niet tegen betaling, of van opslag met het oog op levering aan een derde in de Gemeenschap;

Voor de voedselcrissisen eind jaren '90 was het beleid om dierlijke bijproducten te voederen aan dieren veel minder streng. De crisis leerde ons dat dieren voederen met resten van dezelfde soort (beendermeel) leidt tot de verspreiding van spongiforme encefalopatiën. De uitbraak van een ware epidemie in Groot-Brittanië leidde tot een ban op Brits rundsvlees in de Europese Unie. Zeer vertrekkende gevolgen die geleid hebben tot een verscherping van het beleid.

Het in de handel brengen en gebruik als organische meststoffen of bodemverbeteraars mag voor de gistingsresiduen van de omzetting van dierlijke bijproducten in biogas of compost.