Eindproducten

Koninklijk Besluit van 28 januari 2013

Het besluit  van 7 januari 1998 betreft de handel in meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 18 mei 1998, 28 mei 2003, 15 juni 2004 en 16 januari 2006 is vervangen door het KB van 28 januari 2013. De bijlagelijst heeft een update ondergaan, definities zijn toegevoegd en aangepast, de ontheffingsprocedure is beter beschreven e.d. Voor een vergelijking van de twee KB's verwijzen we naar de presentatie van het FAVV: download.

Dit besluit is van toepassing op het verhandelen en het gebruik van meststoffen, bodemverbeterende middelen, teeltsubstraten, zuiveringsslib, alsmede op elk product waaraan een specifieke werking ter bevordering van de plantaardige productie wordt toegeschreven. Het besluit is met andere woorden van toepassing wanneer men eindproducten van vergisting wil verhandelen als bodemverbeterend middel. Het KB is niet van toepassing in geval van "gebruik op eigen gronden". Ook is het KB niet van toepassing op de vruchtbaarmakende stoffen of bodemverbeterende middelen die van de natuurlijke voortbrengselen van de hoeve voortkomen, mits deze in hun natuurlijke staat worden verkocht (Art. 3, 5°). Onder dit valt dus onverwerkte mest.

Bij het besluit hoort een tabel waarin de toegelaten producten voorkomen. Wanneer het eindproduct van de vergistingsinstallatie niet voorkomt in deze tabel, dan mag het niet verhandeld worden in België. Wel is er een procedure voorzien om producten die niet in de tabel voorkomen alsnog te kunnen verhandelen. Daarvoor moet een zogenaamde 'aanvraag tot ontheffing' ingediend worden bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. De voornaamste zaken die in het ontheffingsdossier moeten aanwezig zijn de volgende:

  • Aard, oorsprong (productieproces) en hoeveelheden van de gebruikte grondstoffen.
  • Gedetailleerde beschrijving van het fabricageprocédé; beproevingsverslag betreffende landbouwkundige parameters en ongewenste stoffen.
  • Bewijzen van landbouwkundige waarde; gebruiksdosis en gebruiksaanwijzing.

Wanneer men het eindproduct van anaerobe vergisting in een andere vorm dan digestaat wil gebruiken dient bekeken te worden als men onder de toegelaten producten van bijlage 1 van het besluit valt. Indien niet moet ook een ontheffing aangevraagd worden. Het dossier moet u opsturen naar:

Federale overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
DG Dier, Plant en Voeding
Dienst Pesticiden en Meststoffen
Eurostation II, 7de verdieping
Victor Hortaplein 40 bus 10
1060 Brussel

Na de ontvangst van uw aanvraag zal de dienst Pesticiden en Meststoffen u een factuur sturen voor de betaling van de retributie van € 1500 aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. De ontheffing wordt afgeleverd voor een periode van maximum 5 jaar en kan vernieuwd worden voor een periode van telkens maximum 5 jaar.

Indien het product waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd een afvalstof is, kan er pas een ontheffing afgeleverd worden nadat het Gewest de toestemming heeft gegeven om de afvalstof te valoriseren in de landbouw. Het product moet daarvoor behoren tot een positieve lijst of gedekt zijn door een gebruikscertificaat/grondstofverklaring/keuringsattest. In dat geval moet u ook een kopie van dit gebruikscertificaat, de grondstofverklaring of het keuringsattest bij het dossier voegen (of aantonen dat daarvoor een aanvraag loopt). Voor het Vlaams Gewest is de OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) bevoegd voor de uitvoering van het afvalbeleid.