Energie

Europese Richtlijn 2009/28/EG (link)

  • 20% van de energie uit hernieuwbare bronnen tegen 2020 op communautair vlak
  • 13% aandeel voor België
  • 10% van het transport via hernieuwbare energie tegen 2020 in elke lidstaat
  • Nationale actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen
  • Uitwerken steunmechanismen
  • Garantie van oorsprong

Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG Voor de EER relevante tekst. De titel van de richtlijn duidt al goed aan waarover deze handelt, namelijk de bevordering van hernieuwbare energie, waaronder de biogasproductie dus ook valt. Deze richtlijn is o.a. tot stand gekomen om te gemoed te komen aan de vereiste daling van de broeikasgasemissie volgens het Kyoto-protocol en meer. Het Europees Parlement wil via steun aan innovatie en duurzame technologie een markt voor hernieuwbare energie uitbouwen, de werkgelegenheid bevorderen in de duurzame economie, inzetten op een duurzamer manier van transport, decentraal hernieuwbare energie laten opwekken. Overweging 12 stelt letterlijk:

(12) Het gebruik van landbouwmaterialen zoals mest, drijfmest en andere dierlijke en organische afvalstoffen voor de productie van biogas biedt heeft een groot broeikasgasemissiereducerend potentieel en levert daarom aanzienlijke milieuvoordelen op bij warmte- en elektriciteitsproductie en het gebruik ervan als biobrandstof. Vanwege hun gedecentraliseerde aard en regionale investeringsstructuur kunnen biogasinstallaties in aanzienlijke mate bijdragen aan de duurzame ontwikkeling in plattelandsgebieden en kunnen zij voor landbouwers een nieuwe bron van inkomsten worden.

Europese Richtlijn 2004/8/EG (link)

Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van Richtlijn 92/42/EEG

Deze richtlijn stelt de voorwaarden waaraan kwalitatieve warmtekrachtkoppeling moet voldoen. Binnen de Europese Gemeenschap ziet het parlement hier een groot potentieel om energie te besparen. De energetische efficiëntie van verbrandingsmotoren kan immers sterk verhoogd worden wanneer de warmte kan worden gevaloriseerd. Om aan de naam "hoogwaardige WKK" te voldoen moet een energiebesparing van minimum 10% gerealiseerd worden. De volgende technologiën vallen onder de richtlijn:

  1. Stoom- en gasturbine met warmteterugwinning
  2. Tegendrukstoomturbine
  3. Aftap-condensatiestoomturbine
  4. Gasturbine met warmteterugwinning
  5. Interne verbrandingsmotor
  6. Microturbine
  7. Stirlingmotor
  8. Brandstofcel
  9. Stoommachine
  10. Organische Rankine-cyclus

Energiedecreet (link)

Wat voordien door enkele tientallen teksten werd gereguleerd is sind 8 mei 2009 overkoepelend samengebracht in het Energiedecreet. Het decreet bepaalt o.a. de oprichting van het energiefonds uit, heeft een zeg in de organisatie van de elektriciteits- en aardgasmarkt (netbeheerders aanduiden), reguleert de toekenning van de leveringsvergunning, regelt de jaarlijkse toekenning van een hoeveelheid gratis elektriciteit ... Naast dit en meer regelt het decreet ook de zaken rond steun onder de vorm van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten. Voor projecten vanaf 1 januari 2013 kent de VREG een certificaat toe voor elke 1000kWh elektriciteit uit hernieuwbare bronnen of primaire energiebesparing vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bandingfactor. Dit laatste is een nieuw concept, voor meer informatie omtrent de steunhoogte en berekeningswijze verwijzen we naar het deel wetgeving op de website.

Energiebesluit (link)

De uitvoering van de wetgeving is samengebracht onder het energiebesluit van 19 november 2010. Hierin worden de uitvoering gestipuleerd van wat in het energiedecreet is bepaald. Hierin wordt o.a. de VREG belast om de aanvragen te verwerken voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten en WKK-certificaten. Indien afvalstoffen gebruikt worden moet bij de aanvraag een rapport van de OVAM gevoegd worden. Voor installaties nog niet in werking kan er een principe-aanvraag ingediend worden. De VREG moet maandelijks de certificaten uitbetalen. Voor de fijne details van de groenestoom- en warmtekrachtcertificaten verwijzen we naar het deel steunmaatregelen.

VREG mededeling 2013-3 (link)

Op 28 mei werd de mededeling 2013-3 rond de concrete toepassing van het Energiedecreet en het Energiebesluit met betrekking tot warmte-krachtcertificaten en groenestroomcertificaten voor alle energiebronnen met uitzondering van zonne-energie, gepubliceerd. (Vreg, mei 2013) In deze mededeling wordt toegelicht op welke wijze VREG de recente hervorming van het steunmechanisme voor groenestroom- en warmte-krachtcertificaten zal toepassen. Met deze hervorming werden enkele nieuwe begrippen geïntroduceerd zoals: de onrendabele top, bandingfactor, startdatum, project en projectcategorie. Daarnaast werd de betekenis van de begrippen ingrijpende wijziging, beschikbare warmte uit warmte-krachtkoppeling, organisch-biologische stoffen en restafval aangepast.

Naast een toelichting van deze nieuwe en gewijzigde begrippen worden ook de van toepassing zijnde procedures toegelicht: wanneer is er sprake van een nieuwe installatie? Wanneer wordt een installatie als aangesloten op het net beschouwd? Wat wordt als (nieuwe) stedenbouwkundige en milieuvergunning beschouwd? Wat wordt als een project beschouwd en hoe wordt de projectcategorie bepaald? Hoe wordt de startdatum van een project en een installatie bepaald? Er wordt eveneens besproken op welke wijze op voorhand zekerheid bekomen kan worden omtrent de startdatum en de berekeningsmethodiek voor het aantal toe te kennen certificaten via een principebeslissing. Tot slot wordt ook de impact van de wijziging van het steunmechanisme toegelicht met betrekking tot de wijze waarop het maandelijks aantal toe te kennen certificaten wordt bepaald en de minimumsteun die van toepassing is.