Organisch-Biologisch Afval

VLAREMA

Het Vlaamse parlement stemde op 14 december 2011 het nieuwe materialendecreet, wat het oude decreet uit 1981 volledig komt te vervangen. Dit nieuwe decreet is de vertaling van de Europese Richtlijn 2008/98/EG op Vlaams niveau. De richtlijn gaat uit van een duidelijke prioriteitsvolgorde voor het beheer van afvalstoffen (art. 4):

  1. preventie;
  2. voorbereiding voor hergebruik;
  3. recycling;
  4. andere nuttige toepassingen, met name energieterugwinning;
  5. verwijdering.

Biogas-E is van mening dat waar nodig deze prioriteiten niet zwart-wit mogen worden gezien. Zeker voor biogasopwekking is dit zo. Het potentieel van een materiaal kan soms beter benut worden als technieken gecombineerd worden. Immers kan bijvoorbeeld een biogasstap bij compostering een efficiëntere techniek blijken dan enkel composteren. Lid 2 van dit artikel geeft dan ook direct aan dat van deze hiërarchie kan afgeweken worden op grond van de levenscyclusgedachte.

Artikel 3 van richtlijn 2008/98/EG stelt enkele definities waaronder:

Afvalstof: elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

Bio-afval: biologisch afbreekbaar tuin- en plantsoenafval, levensmiddelen- en keukenafval van huishoudens, restaurants, cateringfaciliteiten en winkels en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie.

Naast dit decreet hoort ook het nieuwe afvalbesluit van 17 februari 2012 inzake VLAREMA dat in detail de voorschriften behandelt en het oude VLAREA in zijn geheel vervangt. De kringloopgedachte wordt zo verder verankerd in de Vlaamse wetgeving.

Wanneer “afval” verwerkt wordt via anaerobe vergisting, dan dient het VLAREMA (VLAams REglement voor het duurzaam beheer van Materiaalkringlopen en Afvalstoffen) gerespecteerd te worden. Belangrijkste consequenties daarvan zijn dat er bepaalde normen naar milieuverontreinigende stoffen opgelegd worden aan de inputmaterialen voor vergisting. Via Vlarema worden ook normen opgelegd voor de vergiste eindproducten. In de praktijk komt dit erop neer dat de vergistingsinstallaties die organisch-biologische nevenstromen verwerken over een keuringsattest moeten beschikken. De gecoördineerde versie van de VLAREMA is hier te vinden.

Onderstaande video van de OVAM licht het materialenbeleid in Vlaanderen toe:

Grondstofverklaring

Soms kan het afval voor de ene een grondstof blijken voor de andere. Hiervoor moet de OVAM een grondstofverklaring afleveren aan de afvalproducent, zodat deze het opnieuw kan gaan gebruiken. VLAREMA regelt in hoofdstuk 2 de afbakening van de afvalfase. Een grondstofverklaring is ook specifiek. Een aanvraagformulier vindt u hier. Binnen VLAREMA is een lijst opgenomen van stoffen waarvoor een grondstofverklaring vereist is om te gebruiken als meststof of bodemverbeterend middel. Andere materialen zijn eveneens mogelijk.  Een grondstofverklaring is niet vereist als er voor de beoogde grondstoffen op de markt worden gebracht, rechtstreeks toepasselijke Europees vastgestelde voorwaarden en criteria gelden.

Grondstoffen voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel

BEOOGDE

GRONDSTOF

HERKOMST EN OMSCHRIJVING

VOORWAARDEN

INZAKE

SAMENSTELLING

Schuimaarde van suikerfabrieken

suikerproductie

verkregen bij de suikerraffinage en dat hoofdzakelijk bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof en water

artikel 2.3.1.1

Kalkas

 

 

branden van kalksteenrots

asrest die als hoofdbestanddeel calciumoxide bevat en eventueel calciumhydroxide en calciumcarbonaat

artikel 2.3.1.1

Calciumsulfaat

verkregen bij de fosfor- en/of citroenzuurproductie en die gehydrateerd calciumsulfaat bevat

artikel 2.3.1.1

Afgeoogste champignon

compost

champignonkwekerij

organische voedingsbodem die overblijft na het telen van champignons

artikel 2.3.1.1

Compost van boomschors

vergunde inrichting voor de compostering van schorsafval dat vrijkomt bij het ontschorsen van bomen

artikel 2.3.1.1

Vinasse, vinasse-extract, vinassekali en chicoreivinasse

gistfabriek

stroopachtig residu bekomen uit uitgegiste melasse, extract verkregen uit vinasse door toevoeging van ammoniumsulfaat of bekomen tijdens de productie van inuline

artikel 2.3.1.1

Toegelaten materialen van dierlijke oorsprong conform de wetgeving inzake dierlijke bijproducten

erkende of geregistreerde inrichtingen of bedrijven voor dierlijke bijproducten

afgeleide producten zoals gedefinieerd

in Verordening (EG) nr. 1069/2009 en andere  materialen van dierlijke oorsprong

artikel 2.3.1.1

 

Gedroogd cacao-, tabak- en koffieafval

 

genotmiddelenindustrie

verkregen bij de verwerking van cacao- en koffiebonen en tabak en de bereiding van theobromine uit cacaoafval onder toevoeging van kalk

artikel 2.3.1.1

Neergeslagen dubbelzout van kaliumsulfaat en calciumsulfaat (in geval van toevoeging van een magnesiumzout aangevuld met ″met magnesiumzout")

industriële citroenzuurproductie

verkregen uit spoeling van citroenzuur

 

artikel 2.3.1.1

Meel van oliekoeken   

winning plantaardige oliën

verkregen door winning van olie door persing van oliehoudende zaden

artikel 2.3.1.1

Moutscheuten

mouterij

artikel 2.3.1.1

Behandeld zuiveringsslib

zie artikel 1.2.1, §2, 7°

artikel 2.3.1.1, 2.3.1.2

grondstofverklaring verplicht

Kalkhoudend slib

waterbehandeling

verkregen bij de bereiding van drinkwater of proceswater uit ruwwater

artikel 2.3.1.1

GFT- en groencompost

 

 

 

vergunde inrichting voor de compostering of vergisting van groente-, fruit- en tuinafval met maximaal 25 % organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen of van organisch afval dat vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken en langs wegbermen

artikel 2.3.1.1 en 2.3.1.3

Eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen

vergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen al dan niet in combinatie met dierlijke mest

artikel 2.3.1.1 en 2.3.1.3

Filterkoek     

 

 

voedingsnijverheid

verkregen bij de filtratie van levensmiddelen op anorganische filtermedia (diatomeeënaarde, perliet, bleekaarde ...)

artikel 2.3.1.1

Gehydrolyseerd eiwit voor meststof

aromaproductie

bekomen door hydrolyse van eiwitten

artikel 2.3.1.1

Slib van natuursteen

bewerking

bekomen door het verzagen, slijpen en polijsten van kalkhoudende natuursteen

artikel 2.3.1.1

Filterkoek van de fermentatie

fermentatie-industrie

verkregen bij de vergisting

artikel 2.3.1.1

grondstofverklaring verplicht

Kalimoederloog

 

methionineproductie

vloeibare stof waarbij kalium als kaliumcarbonaat en kaliumbicarbonaat voorkomt

artikel 2.3.1.1

Oplossing bevattende ammonium

chloride

glycineproductie

verkregen bij de bereiding van het aminozuur glycine

artikel 2.3.1.1

Gemalen staalslakken

staalnijverheid

calciumsilicofosfaten voortkomend van de behandeling van gietijzer

artikel 2.3.1.1

Gedroogde en gemalen anorganische kalkrijke voedingsresten

afkomstig van een vergunde verwerkingsinrichting van selectief ingezamelde eierschalen, schelpen van schelpdieren en schalen van schaaldieren

artikel 2.3.1.1

Vlasstof, graanstof

vlasindustrie, graanindustrie

artikel 2.3.1.1

Mest

           

 

afkomstig van dieren die niet als vee worden beschouwd volgens het mestdecreet, en niet van proefdieren

artikel 2.3.1.1

Ammoniumsulfaat-oplossing

reactie van met ammoniak beladen lucht in een zure luchtwasser

artikel 2.3.1.1

Spuistroom

overtollig voedingswater afkomstig van de teelt van planten op groeimediums, dat niet hergebruikt wordt als voedingswater

artikel 2.3.1.1

Duurzaamheidscriteria

Voor vloeibare biomassa en vloeibare biobrandstoffen heeft de Europese wetgever (Richtlijn 2009/28/EG) er voor gezorgd dat de duurzaamheid van energietoepassingen uit deze input duurzamer moet zijn dan het fossiele alternatief. De VREG heeft reeds geprobeerd een sluitend systeem te ontwerpen om aan deze richtlijn te voldoen en controles mogelijk te maken, maar zonder succes. Zelf geeft de VREG aan:

Ontwikkeling van een duidelijk behandelingskader en controlekader voor de duurzaamheidscriteria, opgelegd aan vloeibare biomassa. De VREG heeft gefocust op uitwerking en consultatie van een pragmatisch en haalbaar voorstel van controlekader. De implementatie van dit voorstel is echter niet mogelijk gebleken. Dit vergt immers mensen en middelen (o.a. brandstoffendatabank). Er is dus nog geen enkele controle uitgevoerd op de duurzaamheidscriteria van de in de Vlaanderen gebruikte vloeibare biomassa, terwijl de wetgeving al enkele jaren oud.

Vanaf 2014 zal de VREG dan enkel bestaan uit directies die kerntaken uitvoeren en zich dus ook kunnen focussen op deze kerntaken. In de loop van 2013 zullen de nodige interne verschuivingen gebeuren om de werking van deze directies te versterken. Via de inzet van tijdelijke medewerkers zal gepoogd worden om de brug te maken tussen dit nieuwe model in 2014 en de huidige VREG, en tegelijkertijd de nieuwe wetgeving inzake de hervorming van het certificatensysteem als de controle op de duurzaamheidscriteria van biomassa gebruikt voor de productie van elektriciteit te implementeren.

Voor vaste biomassa zijn nog geen Europese criteria opgelegd. De VREG stelt wel om via deelname aan het Biograce II project zich al te kunnen voorbereiden:

Door de deelname aan het project Biograce II verwachten we sneller (door kennisvoordeel en zicht op concrete aan pak controles) over te kunnen gaan tot de implementatie van de duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa, zodra/indien Europa hiertoe beslist.  Het project BioGrace II heeft als hoofddoel om een Europese geharmoniseerde aanpak en een praktische tool te ontwikkelen voor de broeikasgasemissies voor vaste en gasvormige biomassa. In het project BioGrace (www.biograce.net) gebeurde dit reeds voor de vloeibare biomassa en biobrandstoffen