eigen_frontfoto

Groene warmte, restwarmte en injectie van biomethaan

De opwerking van biogas naar biomethaan wordt in Vlaanderen ondersteunt door de call groene warmte, restwarmte en injectie van biomethaan. Deze investeringssubsidie wordt jaarlijks opengesteld via een call systeem. Enkel projecten die niet in aanmerking komen voor groenestroom- of warmtekrachtcertificaten, strategische ecologiesteun of de ecologiepremie plus kunnen aanspraak maken op deze subsidie.

Nieuwe of vernieuwde biogasinstallaties die biomethaan produceren en dit vervolgens injecteren in het aardgasdistributienet of vervoernet, of het rechtstreeks gebruiken als biobrandstof (bio-CNG/LNG) kunnen een aanvraag indienen. Biomethaaninstallaties komen echter alleen in aanmerking voor de investeringssteun indien de interne opbrengstvoet (IRR) groter of gelijk is aan 15%. Bovendien mag het biomethaan niet geproduceerd worden op basis van voedingsgewassen indien het gebruikt wordt als transportbrandstof. Deze laatste voorwaarde volgt uit de Europese regelgeving rond groepsvrijstellingen (Verordening EU Nr. 651/2014 van de Europese Commissie, art. 63).

Bij de aanvraag van investeringssteun voor de opwerking van biomethaan, zal een minimaal productieniveau gegarandeerd moeten worden door de indiener. Concreet moeten installaties bij de prinicipeaanvraag een minimale productiehoeveelheid opgeven voor de eerste tien jaar na indienstname. Indien na tien jaar het beoogde productieniveau niet behaald wordt, wordt de toegekende steun teruggevorderd in verhouding met het tekort aan biomethaanproductie. Niet alleen de minimale productie is een belangrijke vereiste, ook de verwachte CO2-besparing is doorslaggevend voor de toekenning van een subsidie. De CO2-besparing wordt berekend door de minimale productie over tien jaar te vermenigvuldigen met een standaard conversiefactor van 182,37 ton CO2/GWh.

Ingediende projecten worden gerangschikt op basis van hun kostenefficiëntie en hun CO2-efficiëntie. De kostenefficiëntie is gebaseerd op de hoogte van het gevraagde steunpercentage. De aangevraagde steun wordt, samen met via andere kanalen verkregen steun, uitgedrukt in een totaal steunpercentage van de in aanmerking komende kosten. De CO2-efficiëntie wordt berekend door de verkregen CO2-besparing te delen door de in aanmerking komende kosten. Op de manier wordt de CO2-besparing per geïnvesteerde euro berekend. De best scorende projecten komen eerder in aanmerking voor de steuntoekenning (overzicht).

Na de toekenning van de investeringssteun moet de steungerechtigde installatie aan een aantal deadlines voldoen om de steun niet te verliezen. Binnen het jaar na toekenning moet de procedure voor het bekomen van een MER of een omgevingsvergunning zijn opgestart en binnen de twee jaar moet(en) deze zijn bekomen. De opzuiveringsinstallatie moet ten laatste vier jaar na goedkeuring in gebruik worden genomen.

Het steunbedrag bedraagt maximaal €1.000.000 per project. Het percentage van de investeringskosten dat in aanmerking komt, is gerelateerd met de grote van de onderneming. Het steunpercentage voor kleine ondernemingen bedraagt 65%, voor middelgrote ondernemingen 55% en 45% voor grote ondernemingen.

De eerstvolgende call loopt van 15/01/2019 tot en met 15/02/2019.

De investeringssteun combineren met GSC & WKC

De productie van biogas word ondersteund door het uitreiken van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten. Het is mogelijk om deze steun te combineren met de investeringssteun voor de productie van biomethaan onder strikte voorwaarden. Indien de biomethaaninstallatie kan opgedeeld worden in een deel dat volledig zelfstandig functioneert als een groenestroom- of warmtekrachtinstallatie en een deel dat volledig zelfstandig biomethaan produceert, kunnen de investeringen voor de opwerkingsinstallatie wel in aanmerking komen voor deze investeringssteun. De investeringen en operationele kosten volgend uit de productie en valorisatie van biogas in een WKK, vallen onder de regeling van GSC & WKC.

Meer info:

www.energiesparen.be > call groene warmte

Handleiding voor indiening aanvraag (link)

Ministerieel besluit voor de organisatie van de call 2019