eigen_frontfoto

Groene stroom- en warmte-krachtcertificaten

Biogasinstallaties met een WKK komen in aanmerking voor zowel groenestroom- als warmte-krachtcertificaten (GSC & WKC). De Vlaamse regering ondersteunt zo de productie van groene stroom en de primaire energiebesparing door het gebruik van een WKK. De productiekosten van duurzame energie uit biogas gaan immers gepaard met een meerprijs ten opzichte van de energieproductie uit fossiele bronnen.

Groenstroomcertificaten

Het systeem om de productie van elektriciteit uit biogas te ondersteunen bestaat uit twee delen:

  • Biogasproducenten krijgen GSC's voor de productie van elektriciteit.
  • Elektriciteitsleveranciers moeten jaarlijks een bepaald aantal GSC's opkopen en inleveren bij de VREG.

Biogasinstallaties met een startdatum voor 1 januari 2013 krijgen 1 GSC toegekend per MWh opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.

Het aantal certificaten dat uitgereikt wordt aan een biogasinstallatie met startdatum vanaf 1 januari 2013 is afhankelijk van de van toepassing zijnde bandingfactor. Voor elke MWh groene stroom die een installatie produceert, wordt 1 GSC uitgereikt, vermenigvuldigd met de bandingfactor. De bandingfactor voor een bepaalde installaties blijft dezelfde voor zijn volledige steunperiode en wordt bepaald door de startdatum. Voor installaties met een startdatum voor 1 april 2018 werd de bandingfactor voor GSC steeds afgetopt op 1. Voor installaties met een startdatum vanaf 1 april 2018 zal deze bandingfactor naar alle waarschijnlijkheid worden afgetopt op 0.8. Dit komt om dat vanaf deze datum de steunperiode voor GSC verlengd wordt van 10 naar 15 jaar. Dit betekent dat de prijs per GSC zal dalen van €93 naar €75. Definitief is deze aftopping nog niet. Uiterlijk op 20 februari 2018 zal het VEA een definitief rapport publiceren met de berekening van de onrendabele top voor biogasinstallaties met een steunperiode van 15 jaar. 

Steunperiode

Een biogasinstallatie met een startdatum voor 1 januari 2013 krijgt GSC's gedurende een periode van 10 jaar. De steunperiode kan echter verlengd voor een periode die nodig is om het aantal GSC's (GSCrest) te ontvangen zodat de toegekende steun overeenstemt met het aantal vollasturen (GSCvollast) dat initieel werd gehanteerd voor de OT-berekening van de overeenstemmende projectcategorie. Indien na het verstrijken van de steunperiode en eventueel een verlenging op basis van vollasturen, een deel van de oorspronkelijke investering of eventuele extra investeringen nog niet is/zijn afgeschreven, kan de steunperiode verlengd worden met 5 jaar. De steunhoogte is afhankelijk van een bandingfactor, berekend aan de hand van het niet-afgeschreven deel van de investering(en). De maximale bandingfactor bedraagt 1. Deze periode kan eenmalig nog eens met vijf jaar verlengd worden, zolang nog niet alle investeringen zijn afgeschreven. Opnieuw wordt er een bandingfactor berekend, die maximaal gelijk is aan Btot* voor het lopende kalenderjaar.

Voorwaarden voor verlenging op basis van een specifieke bandingfactor (2x5 jaar):

  • Het niet-afgeschreven deel bedraagt minstens €100.000 en 20% van de oorspronkelijke investering.
  • Uitsluitend investeringen in essentiële componenten voor groene stroomproductie komen in aanmerking.

Een uitgebreide beschrijving van de verlengingsmogelijkheden en de berekening van de specifieke bandingfactor worden beschreven in het 'Eindrapport: Verleningsmogelijkheden steunperiode GSC biogasprojecten (startdatum voor 2013)' uitgegeven door het VEA.

verlenging VU
Verlenging steun op basis van vollasturen (bron: VEA)

Een biogasinstallatie met startdatum vanaf 2013 krijgt enkel groenestroomcertificaten gedurende de afschrijfperiode die in de berekeningsmethodiek wordt gehanteerd van de onrendabele top. Voor biogasinstallaties bedraagt de afschrijfperiode 10 jaar. Een mogelijkheid tot verlening van de steunperiode wordt in het Energiedecreet voorzien, maar de verdere uitwerking hiervan is momenteel nog niet vastgelegd.

Voor installaties met een startdatum vanaf 1 april 2018 wordt de afschrijfperiode verlengd tot 15 jaar. De steunperiode voor nieuwe biogasinstallaties wordt dus verlengd van 10 naar 15 jaar. De steunperiode van 15 jaar geldt echter alleen voor GSC en niet voor WKC.  

*Btot, de totale bandingcoëfficiënt, is de verhouding tussen het aantal toegekende groenestroomcertificaten over een periode van twaalf maanden tot en met juli van het jaar n-2 en de totale bruto productie van groene stroom in het Vlaamse Gewest over dezelfde periode.

Prijs GSC

Groenestroomcertificaten kunnen verkocht worden aan elektriciteitsleveranciers voor een onderling afgesproken prijs. Elektriciteitsleveranciers kopen GSC's aan om te voldoen aan hun jaarlijks quotum. Jaarlijks neemt dit quotum toe, zodat tegen 2020 20,5% van de elektriciteit die energieleveranciers leveren aan hun eindgebruikers uit hernieuwbare bronnen afkomstig is.

Een biogaspoducent kan ook zijn groenestroomcertificaten aanbieden aan de distributienetbeheerder (DNB). De DNB is verplicht deze GSC op te kopen aan een vastgelegde minimumprijs. Vanaf 2013 is de minimumprijs voor een GSC steeds €93, ongeacht de technologie.

Overzicht minimumprijs GSC voor biogasinstallaties (bron: VREG)
Technologie Minimumsteun per GSC
  startdatum voor 2010 startdatum vanaf 2010 startdatum vanaf 2012 startdatum vanaf 2013
Biogas uit vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouwgerelateerde stromen (agrarische stromen) en biogas uit GFT-vergisting met compostering €100 €100

€110 (geen ecologiepremie)

€100 (ecologiepremie ontvangen)

€93
Biogas uit organisch-biologische stoffen €80 €90 €90 €93
Recuperatie van stortgas en biogas uit afvalwaterzuiveringsslib of rioolwaterzuiveringsslib €80 €60 €60 €93

Meer informatie over de handel in GSC is te vinden op de website van de VREG: http://www.vreg.be/nl/steuncertificaten-groene-stroom.

Warmte-krachtcertificaten

Biogasinstallaties met een WKK ontvangen warmte-krachtcertificaten voor de primaire energiebesparing die ze bereiken ten opzicht van de gescheiden opwekking van warmte en elektriciteit. Een WKK-installatie wordt enkel ondersteund wanneer deze kwalitatief is, m.a.w. wanneer de relatieve primaire energiebesparing minimaal 10% is voor installaties vanaf 1MWe, of wanneer de relatieve primaire energiebesparing positief is bij installaties kleiner dan 1MWe. 

Net als GSC's, worden WKC's verhandeld op de certificatenmarkt. Elektriciteitsleveranciers zijn immers verplicht om elk jaar een vastgelegd aantal WKC's in te leveren bij de VREG.

Biogasinstallaties met een startdatum voor 2013 krijgen 1 WKC per MWh bespaarde primaire energie. Na een periode van 4 jaar neemt het aantal toegekende WKC's degressief af. De berekening van de degressiefactor wordt beschreven in het Energiebesluit (art. 12.3.3.). De hoogte van de degressiefactor is omgekeerd evenredig met de relatieve primaire energiebesparing.

Biogasinstallaties met een startdatum vanaf 2013 krijgen 1 WKC per MWh bespaarde primaire energie, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bandingfactor.

Steunperiode

De steunperiode voor WKK-installaties op biogas met een startdatum voor 2013 is afhankelijk van de degressiefactor. Na 4 jaar neemt de degressiefactor maandelijks gradueel af van 100% tot uiteindelijk 0% waarna er geen WKC's meer worden toegekend.

WKK-installaties op biogas met een startdatum vanaf 2013 krijgen WKC's gedurende de afschrijfperiode die gehanteerd wordt in de berekening van de onrendabele top. Voor biogasinstallaties wordt deze vastgelegd op 10 jaar.

Prijs WKC

Warmte-krachtcertificaten kunnen net als groenestroomcertificaten verkocht worden aan elektriciteitsleveranciers die een jaarlijks quotum aan WKC's moeten behalen. Het quotum wordt vastgelegd op 11.2% van de jaarlijkse afname voor de periode 2017-2019, vanaf 2020 op 9.3% en vanaf 2021 op 7%.

WKC's kunnen ook aangeboden worden aan de distributienetbeheerder, die verplicht is de certificaten aan te kopen aan een minimumprijs. De minimumprijs bedraagt €27 voor installaties met een startdatum tot begin 2012. Voor installaties met een startdatum vanaf 2012, bedraagt de minimumprijs €31 per WKC.

Het certificatenoverschot

Producenten kunnen hun certificaten verkopen aan een elektriciteitsleverancier, die een bepaald quôtum moeten halen. Jaarlijks moet de elektriciteitsleverancier datzelfde aantal cerfiticaten (het quôtum) indienen bij de VREG en worden de certificaten dus uit de markt gehaald. Sinds 2006 bestaat er en certificatenoverschot, omdat er meer certificaten werden toegekend dan het aantal in te leveren groene stroomcertificaten. Het certificatenoverschot heeft een nefaste werking op de certificatenmarkt. Als gevolg hiervan werden de distributienetbeheerders verplicht de certificaten op te kopen aan minimumprijzen. De distributienetbeheerders hebben geen verplichting tot het indienen van de certificaten. Deze certificaten blijven dus op de markt en blijven aanwezig in het certificatenoverschot. In 2016 werd het certificatenoverschot voor het eerst afgebouwd, mede dankzij een verhoogde quôtumplicht voor elektriciteitsleveranciers. Voor het eerst sinds 2006 was het aantal in te dienen certificaten hoger dan het aantal uitgereikte certificaten. De voorbij en toekomstige quôta zijn/waren: 

2013: 14,0% van de geleverde energie in het voorafgaande jaar.
2014: 15,5%
2015: 16,8%
2016: 18,0%
2017: 23,0%
2018: 20,5%
2019: en daarna: 21,5%

Meer lezen over dit onderwerp

Hoe groot is het certificatenoverschot? persbericht_certificatenmarktrapport_2016.pdf

Meer info over het aanvragen van GSC vindt u hier.  

VEA_Verlengingsmogelijkheden-steunperiode-GSC-biogasprojecten_2017.pdf