eigen_frontfoto

VLIF-steun

VLIF-investeringssteun voor land- en tuinbouwers

VLIF staat voor Vlaams Landbouwinvesteringsfonds en kent subsidies toe aan landbouwbedrijven onder de vorm van een investeringssubsidie. Er is 15 tot 30% ondersteuning mogelijk voor  investeringen die gericht zijn op de realisatie van een landbouw met verbrede doelstellingen, duurzame landbouw of de reconversie van het landbouwbedrijf. Sinds 2015 zijn investeringen in randapparatuur en randinfrastructuur voor kleinschalige vergistingsinstallaties ook opgenomen binnen de VLIF-regeling, meer bepaald voor: mestmixer, mestschuif, digestaatopslag, pumping en piping, scheiden van afvalstromen, tussenopslag van mest en de installatie van een volle vloer (zie p16. van de subsidiale investeringslijst). Levering en plaatsing van deze onderdelen mag tevens worden opgenomen in de kosten. Aan deze investeringen wordt 30% investeringssteun toegekend met een maximum van €1.000.000 per bedrijf. De vergistingstank valt onder de categorie externe mestopslag: mestsilo en mestzak. Voor deze investering wordt steun toegekend tot 15% van het investeringsbedrag.

De aanvrager moet enkele regels in acht nemen: 

De aanvrager is landbouwer. Een landbouwer kan een natuurlijk persoon, een samenuitbating of een vennootschap zijn. Iedere bedrijfsleider van het land- of tuinbouwbedrijf voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • de land- of tuinbouwactiviteiten en verbrede activiteiten van de bedrijfsleider zijn de voornaamste beroepsactiviteit;
  • uit die beroepsactiviteit op jaarbasis haalt iedere bedrijfsleider minstens 12.000 euro netto-beroepsinkomen;
  • de andere beroepsactiviteiten van de bedrijfsleider beperken zich in duur en hieruit haalt hij niet meer dan 12.000 euro netto-beroepsinkomen;

Dit wil dus zeggen dat er goed moet berekend worden wat de uiteindelijke inkomsten uit groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten zullen zijn, naast de BTW en boekhoudkundige implicaties. Installaties die een capaciteit hebben lager dan 10 kWe, hebben geen recht op groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten, maar kunnen beroep doen op een investeringssteun. Deze investeringssteun is te combineren met de VLIF-steun, zolang er geen onderdelen dubbel ondersteund worden. Bijvoorbeeld het investeringsbedrag van de vergistingstank kan zowel gesubsidieerd worden onder de VLIF-steun als de investeringssteun van het VEA. In deze situatie zal dan ook een keuze gemaakt moeten worden tussen de twee subsidies.  

Meer info vindt u hier: VLIF-investeringssteun voor land- en tuinbouwers

Vervangingsinvesteringen

Voor onroerende investeringen, zoals de randinfrastructuur van een pocketvergister, geldt dat deze vervangen kunnen worden met ondersteuning via het VLIF, wanneer de vervangingsinvestering gebeurt minstens 10 jaar na factuurdatum van de oorspronkelijke investering. Beide facturen moeten minstens 10 jaar verschillen. Deze voorwaarde geldt los van het feit of voor de initiële investering VLIF steun werd ontvangen.

Projectsteun voor innovaties in de landbouw

In het verleden kwam er op het beleid inzake landbouwinnovatie de kritiek dat landbouwinvesteringsfonds VLIF er vooral is voor de land- en tuinbouwers die moderne technieken implementeren, en niet voor zij die zelf iets totaal nieuws bedenken. Wat nog niet bestaat, kan immers ook niet voorkomen op de lijst met subsidiabele investeringen. Als antwoord hierop komt de innovatiesteun voor pioniers. Via VLIF kunnen land- en tuinbouwers met een uniek project of idee inschrijven op de oproep en 40 procent subsidie krijgen op de investeringskost en de bijbehorende algemene kosten, met een maximum van 200.000 euro subsidie. Het gaat om innovaties die nog niet helemaal marktrijp zijn of die voor de eerste keer in Vlaanderen op een landbouwbedrijf uit een bepaalde subsector toegepast worden. Ook begeleidingskosten worden mee opgenomen in het subsidieerbare bedrag.

Meer info vindt u hier: Projectsteun voor innovaties in de landbouw