eigen_frontfoto

Tijdelijk stikstofkader in afwachting van definitieve PAS

Koe

De uitstoot van stikstof, voornamelijk afkomstig van landbouw, transport en industrie, vormt een bedreiging voor de biodiversiteit in de Vlaamse natuurgebieden. Plantensoorten die groeien op schrale bodem worden verdrongen door stikstofminnende planten. Om terug tot een gezond evenwicht te komen, legt Vlaanderen beperkingen op voor de uitstoot van stikstof via de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS-programma heeft als algemeen doel bij te dragen aan de instandhouding van onze meest waardevolle natuur- gebieden door de uitstoot van stikstof terug te dringen, zonder de continuïteit van de vergunningverlening of het level playing field voor bedrijven en sectoren in het gedrang te brengen. Voor de sectoren landbouw en industrie wordt deze reductie voornamelijk afgedwongen via het vergunningsbeleid, waarbij een passende beoordeling soms vereist is of de vergunning kan geweigerd worden. 

Een recente uitspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen zet de op dat moment geldende stikstofregelgeving in Vlaanderen op losse schroeven. Het beoordelingskader, waarin er sprake is van geen significante impact indien bedrijfsemissies minder dan 5% bijdragen aan de kritische stikstofdepositiewaarde van een gebied, wordt aanzien als niet wetenschappelijk onderbouwd. Een beslissing louter gebaseerd op de kwantitatieve drempels vastgelegd in het oorspronkelijk beoordelingskader volstaat dan ook niet. Verder wordt onderzoek naar cumulatieve effecten, waarbij dus rekening gehouden wordt met de stikstofuitstoot van naburige bedrijven, noodzakelijk geacht bij een beoordeling. In afwachting van meer duidelijkheid over een tijdelijke stikstofregelgeving, baseerden deputaties en adviserende overheden zich op het arrest om negatief advies te geven of (hernieuwingen van) vergunningen te weigeren. 

Op 2 mei werd een Ministeriële instructie verspreid door minister Zuhal Demir die tijdelijk vorm moet geven aan hoe vergunningsaanvragen dienen beoordeeld te worden. Daarin wordt een onderscheid gemaakt tussen NH3 – voornamelijk in de landbouwsector – en NOx – voornamelijk door de industrie. Gezien er in Vlaanderen onder andere een systematische afname van de NOx-uitstoot kan worden vastgesteld, wordt een verstrenging naar een drempelwaarde van 1% voorlopig als voldoende geacht in die context. Men gaat er dus vanuit dat onder die grens geen betekenisvolle aantasting van het gebied zal optreden. Bij overschrijding van die grens is een passende beoordeling nodig. In tegenstelling tot de uitstoot van NOx wordt geen dalende trend in NH3-emissies vastgesteld. Voorlopig wordt dan ook vastgelegd dat voor veehouderijen en mestverwerkingsinstallaties steeds een individuele beoordeling moet worden uitgevoerd. Indien de drempelwaarde van 0% wordt overschreden door bijkomende stikstofdepositie, zal een passende beoordeling vereist zijn om aan te tonen dat er geen sprake is van een significante impact op het omliggende gebied, en zullen bijkomende PAS-maatregelen moeten worden genomen volgens de BBT. 

Zoals aangegeven in de instructie, betreffen het hier geen mechanische richtlijnen, en ligt de beoordeling dus geval per geval bij de adviesverlenende instantie. Merk op dat deze instructie onmiddellijk van toepassing is. De Voortoets en Impactscoretool zijn aangepast aan de Ministeriële instructie. Binnen de instructie is ook aandacht voor maatregelen om onmiddellijke stikstofreducties te realiseren, door versterking van handhaving alsook door bemesting en versterking van het wervingsbeleid binnen habitatrichtlijngebieden.

Op 10 mei werden in navolging van de Ministeriële instructie bijhorende richtsnoeren gepubliceerd, met focus op NH3-emissies. Daarin verduidelijkt het Agentschap Natuur en Bos welke principes men zal hanteren bij de beoordeling van de stikstofuitstoot van vergunningsaanvragen. Bijkomende emissies worden onder andere sterk afgeraden. Verder moet maximaal ingezet worden op NH3-emissiereductie ten opzichte van de vergunde toestand. In die context wordt aangeraden een minimumreductie van 30% na te streven indien de impactscore hoger ligt dan 0,1% en is het inzetten van BBTs voor emissiereductie nodig. De andere richtsnoeren staan verduidelijkt in het bijgevoegde document. De richtsnoeren zijn van toepassing op zowel nieuwe aanvragen als aanvragen tot verlenging, behalve als het een aanvraag betreft tot maximaal 31 december 2022.

Bij de stikstofuitstoot van biogasinstallaties kan een onderscheid gemaakt worden tussen NOx-emissies veroorzaakt door het verbranden van biogas in een WKK-motor en NH3-emissies gelinkt aan mestverwerkingsactiviteiten. Dit tijdelijk stikstofkader kan dus ook een impact hebben op de vergunningen van zowel bestaande als nieuwe biogasinstallaties. Vermits NH3 sneller neerslaat dan NOx, zal dit vermoedelijk de beperkende factor zijn in de meeste dossiers, wat betreft de stikstofuitstoot van het biogasbedrijf. Vergunningen voor (nieuwe) biogasinstallaties in agrarisch gebied zullen voorlopig allerminst evident zijn indien deze in de omgeving liggen van natuurgebieden, gezien een passende beoordeling vereist is bij elke impact. Voor biogasinstallaties in industriezone is wat meer speelruimte, gezien daar tot die 1% drempelwaarde geen passende beoordeling nodig is. Algemeen zal het cruciaal worden om op voorhand grondig na te gaan wat de mogelijke stikstofimpact zal zijn van bepaalde activiteiten en om, waar nodig, sterk in te zetten op emissiereducerende maatregelen, wil de kans op een positieve beoordeling verhogen. 

Een volledige herziening van de PAS, en dus ook een nieuw en rechtszeker beoordelingskader, wordt ten laatste verwacht tegen eind dit jaar. Een openbaar onderzoek zal daar nog aan worden gelinkt, en dit normaal gezien nog voor deze zomer.

 

Foto: © Pixabay

Datum publicatie