eigen_frontfoto

TransBio lesavond: Biomethaan! Wat met het drogen van digestaat?

Wanneer biogasinstallaties de klassieke WKK-motor vervangen door een opwerkingsinstallatie voor biomethaan of ervoor kiezen een rechtstreeks biogasleiding aan te leggen naar en nabijgelegen bedrijf, beschikken ze niet langer over de restwarmte van de WKK-motor. Heel wat installaties gebruiken deze restwarmte voor het indrogen van digestaat en het op temperatuur houden van de vergister. Biogas-E organiseerde op 8 mei 2018 een lesavond bij afvalintercommunale MIROM die dieper inging op de alternatieve bronnen van restwarmte voor het indrogen van digestaat.

Bij veel industriële processen komt restwarmte vrij en het vinden van een nuttige toepassing vormt vaak een uitdaging. Een interessante piste is het inzetten van deze restwarme voor het drogen van digestaat. Wanneer een biogasinstallatie een nabijgelegen bedrijf met restwarmte identificeert, kunnen twee pisten verder worden onderzocht. Enerzijds is het aanleggen van een warmtenet mogelijk interessant. Om de investeringskost te drukken is het van belang dat de warmteaanbieder en de warmtevrager zich voldoende dicht bij elkaar bevinden. Anderzijds kan het digestaat via wegtransport naar een nabijgelegen warmtebron worden gebracht. Bij deze laatste optie gaat het droogproces door op de site van de warmteaanbieder. De uitbating van de drooginstallatie kan gebeuren door het biogasbedrijf of door het restwarmtebedrijf.

Jeroen Soenens (ingenieursbureau Ingenium) gaf een blik op de beschikbare restwarmte in Vlaanderen. Er is inderdaad veel restwarmte beschikbaar in Vlaanderen, maar het uitkoppelen ervan is niet steeds eenvoudig. In een typische situatie zijn rookgassen op hoge temperatuur beschikbaar en komt bij een condensor restwarmte vrij op lage temperatuur. Het uitkoppelen van restwarmte uit rookgassen is veelal duur, terwijl het uitkoppelen van de restwarmte afkomstig van de condensor, relatief goedkoper is. Keerzijde bij de condensatiewarmte zijn de lagere temperaturen waardoor een warmtepomp aangewezen is om deze naar een hogere temperatuur te tillen.

Vandaag situeren veel biogasinstallaties zich in agrarisch gebied, waardoor er vaak weinig of geen naburige bedrijven zijn die restwarmte ter beschikking hebben. Voor het businessmodel waarbij biogas benut wordt in een WKK-motor is de nabijheid van een hoog- of middenspanningsnet voor de injectie van stroom immers voldoende. Op vlak van energie-efficiëntie lijkt het voor nieuwe installaties beter zich te vestigen in industriegebied. De mogelijkheden tot synergieën met nabijgelegen industrie worden zo uitgebreid. Enerzijds zijn er in industriegebied doorgaans meer mogelijkheden tot het uitwisselen van restwarmte. Anderzijds kunnen zich ook opportuniteiten voordoen voor het aanleggen van een rechtstreeks lijn naar een naburige elektriciteitsvrager of zelfs de aanleg van een rechtstreeks biogasleiding. Met het oog op de injectie van biomethaan in het net, is de nabijheid van het aardgasnet vanzelfsprekend ook van belang bij de keuze van de locatie.

Koen van Overberghe, directeur van de afvalintercommunale MIROM te Roeselare, gaf vervolgens toelichting bij de aanleg van het warmtenet bij MIROM. De warmte die bij MIROM vrijkomt via de verbranding van restafval wordt al sinds 1986 vervoerd via het warmtenet doorheen de stad Roeselare. Ziekenhuizen, scholen en openbare gebouwen zijn klant. Koen is er van overtuigd dat er nog een zeer groot potentieel is weggelegd voor het gebruik van restwarmte. Bij MIROM wordt jaarlijks 65 kT afval verwerkt met een maximaal potentieel van 2.150 kWh/ton. Ter vergelijking komt in Vlaanderen jaarlijks in totaal zo’n 2.000 kT aan afval vrij. Anno 2018 wordt het potentieel van MIROM ongeveer voor de helft benut (1.030 kWh/ton).

De eindverbruikers kopen de warmte aan volgens het ‘niet-meer-dan-anders-principe’ (NMDA). De maximumprijs die je als warmteklant betaalt is gemiddeld niet hoger dan de prijs die je zou betalen wanneer je verwarmt met een moderne cv-installatie op aardgas. De prijs voor warmte wordt met andere woorden vastgeklikt aan de aardgasprijs met een kleine korting.

Op de site van MIROM staat tevens een slibdrooginstallatie in eigendom van een derde partij. Het slib wordt gedroogd met de condensatiewarmte van de Organic Ranking Cyclus (ORC), aangevuld met warmte afkomstig van het warmtenet. De slibdrooginstallatie heeft het volledige jaar door een warmtevraag, waardoor de benutting van het warmtenet verhoogt, ook buiten het stookseizoen. MIROM geeft echter geen garantie op warmtelevering tijdens de wintermaanden. Het voorbeeld van de slibdrooginstallatie bij MIROM toont het belang van een goeie match tussen de warmtevrager en de warmteaanbieder om tot nieuwe businessmodellen te kunnen komen.

Datum