eigen_frontfoto

Bandingfactoren biogasinstallaties

Biogasinstallaties met een kwalitatieve warmte-krachtkoppeling (WKK) genieten onder het huidig regelgevend kader van een operationele ondersteuning onder de vorm van groenestroomcertificaten (GSC) en warmte-krachtcertificaten (WKC). Het aantal certificaten dat een installatie krijgt voor de productie van groene energie is sterk afhankelijk van de 'onrendable top' (OT) en de 'banding factor' (Bf). Deze twee begrippen staan centraal in de huidige ondersteuningsmechanismen voor hernieuwbare energiebronnen.

De onrendabele top van een investering wordt gedefinieerd in het Energiedecreet als het productieafhankelijke gedeelte van de inkomsten dat nodig is om de netto-constante waarde van een investering op nul te doen komen. Met andere woorden, de onrendabele top is het bedrag per MWh groenestroomproductie of warmte-krachtbesparing dat bijgelegd moet worden zodat de investering over de levensduur het vereiste rendement behaald. De bandingfactor bepaalt het aantal certificaten per hoeveelheid geproduceerde groene stroom en/of gerealiseerde primaire energiebesparing. De bandingfactor is het quotiënt van de onrendabele top en de bandingdeler. De bandingdeler is een inschatting van de marktwaarde van een certificaat. De hoogte van de bandingdeler wordt in het Energiedecreet vastgelegd op 97 euro voor GSC en 35 euro voor WKC.

De hoogte van de bandingfactor kan nooit meer bedragen dan 1,25. Elk jaar wordt per Ministerieel Besluit de definitieve hoogte van de bandingfactoren voor de verschillende groenestroom- en warmte-krachtcategorieën vastgelegd.

Berekening onrendabele top

De berekeningswijze voor de onrendabele top wordt beschreven in bijlage III/1 van het Energiebesluit. De onrendabele top wordt berekend op basis van ten minste volgende parameters:

  • de geraamde investeringskosten;
  • de afschrijvingsperiode;
  • de brandstofkosten;
  • de elektriciteitsprijs.

Jaarlijks rapporteert het Vlaams Energieagentschap (VEA) aan de Vlaamse Minister van energie de berekening van de OT en de Bf voor nieuwe projecten. De berekening van de OT gebeurt op basis van een referentie-installatie per projectcategorie. Het aantal projectcategorieën voor groene stroomproductie door biogasinstallaties is voor nieuwe installaties vanaf 2018 sterk vereenvoudigd. Voorheen werden biogasinstallaties nog onderverdeeld in vijf categorieën:  

  • Vergisting van hoofdzakelijk mest- en/of land- en tuinbouw gerelateerde stromen
  • GFT-vergisting bij bestaande composteringsinstallaties
  • Recuperatie van stortgas
  • Vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib
  • Overige vergisters

Installaties met een startdatum vanaf 2018 krijgen enkel nog GSC indien ze onder volgende projectcategorieën vallen:

  • Vergisting van mest- en/of land- en tuinbouw gerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen met uitsluitsel van:
    • Stortgaswinning uit stortplaatsen
    • Biogasinstallaties met vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib
  • Biogasinstallaties voor GFT-vergisting bij bestaande composteringsinstallaties

De Vlaamse regering wil de participatie van burgers in hernieuwbare energieprojecten vergroten, om zodoende het maatschappelijke draagvlak voor bijvoorbeeld biogasinstallaties te vergroten. De projectcategorieën voor biogasinstallaties werden dan ook sinds 1 april 2018 uitgebreid door telkens een opsplitsing te maken tussen projecten medegefinancierd met of zonder burgerparticipatie. Minstens 200 burgers moeten financieel betrokken zijn bij het project door bijvoorbeeld, maar niet limitatief, het aanbieden van aandelen via een coöperatieve of een het aanbieden van een obligatielening. In de berekening van de onrendabele top wordt bij de inschatting van de jaarlijkse operationele kosten ook een kostenterm voor het organiseren van de burgerparticipatie ingevoerd. Deze compensatie moet een noodzakelijke impuls geven om burgercoöperaties aan te moedigen om over te gaan tot investeringen.  

De projectcategorieën voor kwalitatieve nieuwe WKK-installaties op biogas zijn sinds 2018 ook vereenvoudigd tot:

  • Vergisting van mest- en/of land- en tuinbouw gerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen met uitsluitsel van:
    • Biogasinstallaties met vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib
  • Biogasinstallaties voor GFT-vergisting bij bestaande composteringsinstallaties
  • Recuperatie van stortgas

Overigens wordt er ook niet langer een OT-berekening uitgevoerd worden voor installaties met een geïnstalleerd vermogen van minder dan 10 kWe. Installaties onder 10 kWe met een startdatum vanaf 2018 krijgen geen GSC meer, maar hebben wel recht op een investeringssteun.
 

Projectcategorieën voor groene stroomproductie uit biogas
nieuwe biogasinstallaties met bruto nominaal vermogen >10 kWe en <=5 MWe  
  • voor de vergisting van mest- en/of land- en tuinbouw gerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen met uitsluitsel van:
    • stortgaswinning uit stortplaatsen
    • biogasinstallaties met vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib
cat. 5/1
  • voor GFT-vergisting bij bestaande composteringsinstallaties
cat. 6/1
nieuwe biogasinstallaties met bruto nominaal vermogen >5 MWe en <=20 MWe  
  • voor de vergisting van mest- en/of land- en tuinbouw gerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen met uitsluitsel van:
    • stortgaswinning uit stortplaatsen
    • biogasinstallaties met vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib
    • biogasinstallaties voor GFT-vergisting bij bestaande composteringsinstallaties
cat. 10/1
 
Projectcategorieën voor bio-WKK
kwalitatieve warmte-krachtinstallaties op biogas met een bruto nominaal vermogen >10 kWe en <=5 MWe  

nieuwe installaties:

  • voor de vergisting van mest- en/of land- en tuinbouw gerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen met uitsluitsel van:
    • biogasinstallaties met vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib
  • voor GFT-vergisting bij bestaande composteringsinstallaties
  • voor recuperatie van stortgas

cat. 5/1.a.1

cat. 5/1.a.2

cat. 5/1.a.3

kwalitatieve warmte-krachtinstallaties op biogas met een bruto nominaal vermogen >5 MWe en <=20 MWe  

nieuwe installaties:

  • voor de vergisting van mest- en/of land- en tuinbouw gerelateerde stromen of van andere organisch-biologische stoffen of afvalstoffen met uitsluitsel van:
    • Stortgaswinning uit stortplaatsen
    • Biogasinstallaties met vergisting van afvalwater, afvalwaterzuiveringsslib, rioolwater of rioolwaterzuiveringsslib
    • Biogasinstallaties voor GFT-vergisting bij bestaande composteringsinstallaties
 cat. 6/1.a

     

    Overzicht OT en Bf nieuwe biogasinstallaties met startdatum 1 januari 2020
      GS (01/01/2020 - 31/03/2020) WKK (01/01/2020 - 31/03/2020)
    cat. 5/1 6/1 10/1 5/1.a.1 5/1.a.2 5/1.a.3 6/1.a
    OT 101 229 100 75.8 173 341 76
    Bf 1.04 2.36 1.03 2.17 4.94 9.74 2.17
    Bf na aftopping 0.8 0.8 0.8 1 1 1 1
     
    Overzicht OT en Bf nieuwe biogasinstallaties met startdatum 1 april 2020
      GS (vanaf 01/04/2020) WKK (vanaf 01/04/2020)
    cat. 5/1 6/1 10/1 5/1.a.1 5/1.a.2 5/1.a.3 6/1.a
    OT 89.7 192 89.7 75.2 171 307 75.5
    Bf 0.925 1.98 0.925 2.15 4.89 8.77 2.16
    Bf na aftopping 0.8 0.8 0.8 1 1 1 1

     

    Februari 2020

    Meer lezen over dit onderwerp

    Lees hier de OT-rapporten van het VEA

    Lees hier verder over de projectcategorieën voor groenestroominstallaties

    Lees hier verder over de projectcategorieën voor warmte-krachtkoppeling

    Datum