Koolstofverwijdering krijgt plaats in voorstel tot herziening EU-ETS

Er staat een nieuwe herziening van het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) op de planning. In lijn met de eerder dit jaar goedgekeurde Europese doelstelling om tegen 2040 een netto-emissiereductie van 90% te realiseren, publiceerde de Europese Commissie op 17 juli een eerste voorstel tot aanpassing van de ETS-richtlijn. Het voorstel maakt deel uit van een breder pakket dat de Europese competitiviteit moet versterken en tegelijk de verdere decarbonisatie van de economie moet ondersteunen. De komende maanden wordt het voorstel verder behandeld door het Europees Parlement en de Raad.

Een belangrijk aandachtspunt in het voorstel is het behoud van de concurrentiekracht van de Europese industrie. De Commissie wil bedrijven meer tijd geven om de nodige investeringen in emissiereductie te realiseren en tegelijk voldoende stimulansen behouden voor innovatie. Zo wordt voorgesteld om de daling van het aantal beschikbare emissierechten vanaf 2031 te vertragen. De lineaire reductiefactor zou worden aangepast naar 3,7% voor de periode 2031-2035 en 1,7% voor de periode 2036-2040 (tegenover de huidige 4,3% en 4,4% na 2028). Daarnaast worden bestaande ondersteuningsmechanismen, zoals het Innovatiefonds, verdergezet en versterkt om investeringen in industriële decarbonisatie te ondersteunen.

Een van de meest opvallende wijzigingen is de integratie van permanente koolstofverwijdering in het ETS. Het voorstel voorziet dat gecertificeerde permanente koolstofverwijderingen van biogene CO2 (BioCCS), bijvoorbeeld uit bio-energie, en directe luchtafvang met opslag (DACCS) een plaats krijgen binnen het systeem.
Hiervoor wil de Commissie een centraal aankoopmechanisme opzetten. Tussen 2031 en 2040 zouden 250 miljoen bijkomende emissierechten worden geveild, waarbij de inkomsten worden gebruikt om een equivalente hoeveelheid gecertificeerde koolstofverwijderingseenheden aan te kopen volgens de Europese Carbon Removal Certification Framework (CRCF)-verordening. Indien de inkomsten onvoldoende blijken, kunnen nog maximaal 10 miljoen bijkomende emissierechten worden geveild. De aangekochte verwijderingseenheden worden vervolgens geannuleerd en kunnen niet opnieuw worden gebruikt.

Met deze aanpak wil de Commissie een eerste compliance-markt voor permanente koolstofverwijdering creëren. Vandaag ligt de kostprijs van dergelijke verwijderingen vaak hoger dan de prijs van emissierechten, waardoor ETS-plichtige bedrijven weinig economische stimulans hebben om deze certificaten vrijwillig aan te kopen. Door de aankoop centraal te organiseren wil de Commissie de markt voor hoogwaardige koolstofverwijderingen op gang brengen.
Daarnaast wordt voorgesteld om ETS-plichtige operatoren, luchtvaartmaatschappijen en rederijen toe te laten hun eigen fossiele emissies te compenseren met CRCF-gecertificeerde BioCCS-verwijderingen die zij zelf realiseren. Deze compensatie kan enkel worden gebruikt om de eigen emissies tot nul te reduceren en kan dus niet leiden tot negatieve emissies of bijkomende emissierechten.

Afbeelding

Het voorstel verduidelijkt ook hoe binnen het ETS moet worden omgegaan met CO₂ die wordt afgevangen en vervolgens opnieuw wordt gebruikt in producten (Carbon Capture and Utilisation, CCU). Wanneer afgevangen CO₂ tijdelijk wordt gebruikt in producten waaruit de koolstof later opnieuw vrijkomt (bv in plastic), bestaat vandaag een risico op dubbele telling of op emissies die niet correct worden toegewezen. Daarom stelt de Commissie voor om de verplichting tot het inleveren van emissierechten in dergelijke gevallen toe te rekenen aan het moment waarop de CO₂ opnieuw vrijkomt in een ETS-plichtige activiteit. Voor synthetische brandstoffen (e-fuels) wordt een uitzondering voorzien, waarbij de CO₂-boekhouding gebeurt op het moment dat de brandstof op de markt wordt gebracht. 

Ook wordt het toepassingsgebied van het ETS uitgebreid. Vanaf 2031 worden de emissies van afvalverbrandingsinstallaties geleidelijk opgenomen in het ETS. Vanaf 2034 moeten voor de volledige fossiele uitstoot emissierechten worden ingeleverd. Daarnaast wordt het ETS voor de maritieme sector uitgebreid naar bepaalde kleinere schepen met een bruto tonnage tussen 400 en 5.000 ton. De Commissie voorziet ook een evaluatiemoment indien de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) een wereldwijde maatregel invoert rond klimaatneutraliteit in de scheepvaart. Hiermee wil men vermijden dat bedrijven met dubbele verplichtingen of administratieve lasten worden geconfronteerd.

Foto: ©Pixabay

Datum publicatie