Stappen in het EU-kader voor koolstofverwijdering, -landbouw en -opslag
De Europese Commissie is reeds geruime tijd bezig met de ontwikkeling van een EU-breed, vrijwillig certificeringskader voor koolstofverwijdering, koolstoflandbouw en koolstofopslag in producten. Dit is een belangrijke eerste stap in het economisch rendabel maken van koolstofopslag. Met als belangrijkste doel een oplossing te bieden voor niet te vermijden emissies, en zo het behalen van klimaatneutraliteit tegen 2050 te ondersteunen.
De grote lijnen werden reeds in 6 december 2024 goedgekeurd (zie EU certificeringskader voor koolstofverwijdering goedgekeurd). De focus ligt op drie categorieën:
• Permanente koolstofverwijdering
• Koolstoflandbouw
• Koolstofopslag in producten
Technische regels voor certificatieschema's, auditors en het proces zijn vastgelegd in de implementerende verordening 2025/2358.
Foto ©Soil Capital
De certificeringsmethodologieën worden verder uitgewerkt in gedelegeerde handelingen (DA). Op 3 februari keurde de commissie de methodologie voor permanente verwijdering goed. Hieronder worden drie types erkent: DACCS (direct air caputre with carbon storage), BioCCS (biogenic emissions capture with carbon storage) en biochar. Daarnaast stelt de DA onder meer dat de biogene CO2 een bijproduct moet zijn en de duurzaamheidscriteria niet verder moeten gaan dan deze van toepassing op bio-energie installaties die geen CO2 afvangen.
Update augustus 2026: De Europese Commissie heeft op 9 juli 2026 de gedelegeerde handeling met de methodologie voor koolstoflandbouw aangenomen. Voor de biogassector is vooral de mogelijkheid relevant om het gebruik van organische bodemverbeteraars en organische meststoffen mee te nemen in gecertificeerde koolstoflandbouwactiviteiten, op voorwaarde dat hiermee bijkomende koolstofopslag of emissiereducties worden gerealiseerd ten opzichte van de baseline. De methodologie stelt daarbij voorwaarden rond additionaliteit, monitoring en verificatie, waardoor bestaande toepassingen van digestaat niet in aanmerking komen en de administratieve inspanning aanzienlijk kan zijn. Daarnaast lijkt de gedelegeerde handeling de toepassing te beperken tot organische meststoffen en bodemverbeteraars die voldoen aan de EU-bemestingsproductenverordening (FPR) en als CE-gemarkeerd product onder deze verordening op de markt zijn gebracht, waardoor het merendeel van het in Europa gebruikte compost en digestaat buiten de certificering dreigt te vallen. De gedelegeerde handeling moet nog de scrutinyperiode van het Europees Parlement en de Raad doorlopen. Voor opslag in gebouwen wordt de methodologie ook dit jaar nog verwacht.
Het 2025 winter bio-energiemagazine gaat ook dieper in op de link tussen koolstoflandbouw en bio-energie in een interview met Vlaco-experten.