VLIF-steun voor productieve investeringen

De Vlaams land- en tuinbouw kan van ondersteuning genieten via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Binnen het huidige Vlaamse GLB-plan vallen volgende onderdelen gelinkt aan pocketvergisting onder het luik ‘VLIF-steun voor productieve investeringen’:
-    Dichte/volle vloer
-    Matten om roostervloer om te vormen tot een dichte/volle vloer
-    Vaste mestschuif
-    Mestmixer
-    Mestpomp
-    Opslag digestaat en tussenopslag in verschillende uitvoeringen
-    Mestrobot
-    Reactor vergister - voorlopig niet meer van toepassing

Belangrijk is dat de vergistingsinstallatie gerealiseerd wordt in dezelfde periode of reeds aanwezig is bij de steunaanvraag voor deze randapparatuur.

De volledige VLIF-Codelijst vindt u hier.

De basissteun voor dergelijke onderdelen gelinkt aan pocketvergisters bedraagt 40% van de vastgelegde eenheidskost van de investering dewelke via een VLIF-tool gesimuleerd kan worden. Dit steunpercentage kan nog toenemen (met bv. 10%) indien een jonge landbouwer de steun aanvraagt. Bijkomend kan een 5% steunverhoging bekomen worden wanneer voldaan is aan de claim 'pocketvergister'. Dit houdt de combinatie in van minimaal twee investeringen die gelijktijdig aangevraagd worden. Aanvraag van deze claim is noodzakelijk. Verder wordt er ook budget voorzien voor specifieke ammoniakreducerende investeringen. Het steunpercentage kan daar oplopen tot 80%.

Om nieuwe investeringen die mogelijks gelinkt zijn aan pocketvergisting op de lijst te krijgen, dient contact opgenomen te worden met het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Meer info vindt u hier: VLIF-steun voor productieve investeringen.

Let op: sinds 2025 is VLIF-steun niet langer combineerbaar met een verhoogde investeringsaftrek.

Vervangingsinvesteringen

Onroerende investeringen, zoals bijvoorbeeld bepaalde randinfrastructuur van boerderijschaalvergisters, konden vervangen worden met ondersteuning via het VLIF wanneer de vervangingsinvestering minstens 10 jaar na factuurdatum van de oorspronkelijke investering gebeurde. Sinds de nieuwe GLB-periode geldt deze regel niet meer. Er is nu steun mogelijk voor een vervanging onafhankelijk van wanneer de vorige investering is gebeurd. Wel wordt de eventuele initiële steun proportioneel teruggevorderd indien een gesubsidieerde investering wordt vervangen binnen een termijn van 5 jaar na uitbetaling van steun. Verder moet er uiteraard nog steeds voldaan zijn aan de VLIF-voorwaarden om in aanmerking te kunnen komen voor dergelijke steun.

VLIF-steun voor innovatieve investeringen

In het verleden kwam er op het beleid inzake landbouwinnovatie de kritiek dat het VLIF er vooral is voor de land- en tuinbouwers die moderne technieken implementeren, en niet voor zij die zelf iets totaal nieuws bedachten. Wat nog niet bestaat, kan immers ook niet voorkomen op de VLIF-Codelijst. Als antwoord hierop werd de innovatiesteun voor pioniers geïntroduceerd. Intussen is dit uitgegroeid tot het luik 'VLIF-steun voor innovatieve investeringen'.

De toegangsvoorwaarden gelinkt aan de doelgroep binnen deze steuncategorie zijn gelijkaardig aan die voor aanvragen van VLIF-steun voor productieve investeringen. Het steunpercentage varieert van 50 tot 80% afhankelijk van het type kosten. 

Het moet gaan om een innovatieve primeur binnen een bepaalde deelsector, met voldoende potentieel om de landbouwsector op economisch, ecologisch en sociaal vlak te versterken. Ook onderzoeks-, studie- en begeleidingskosten kunnen deels mee gesubsidieerd worden.

Meer info vindt u hier: VLIF-steun voor innovatieve investeringen